Is nieuwe technologie voor iedereen wel een zegen?

Martijn Aslander is een “stand-up filosoof” zoals hij zichzelf noemt. Ik heb hem al een aantal keren horen spreken en het verveelt nooit. Hij is een technisch optimist, gelooft dat innovaties ons veel goeds gaan brengen. Tijdens zijn laatste lezing zat ik te worstelen met een nieuwe laptop, misschien dat ik daarom wat kanttekeningen had bij zijn verhaal.

Iedereen is het met elkaar eens dat technologie een enorme impact gaat hebben ons leven de komende jaren. Hoe en waar, daar verschillen de meningen. Martijn ziet management vooral kijken naar de impact op de mens-kant: welke functies kunnen geautomatiseerd worden, hoe zorg ik dat mijn personeel digi-vaardig blijft? Maar wat is de impact van technologie op de dienst of product van de organisatie? Die vraag laten ze aan de ICT-afdeling over. Wat ook niet helpt, is dat er een enorme overschot aan bureaucratie is ontstaan dat als hindermacht optreedt als er van onderop initiatief ontstaat. Dus wat te doen?

Allereerst is het noodzakelijk om te beseffen dat van alles goedkoper wordt en simpeler om te krijgen. Whatsapp heeft de SMS vervangen. In Afrika bouwen ze met afval windmolens om stroom te genereren, omdat de kennis daarvoor op internet beschikbaar is. Een jongen van 16 bedacht hoe je aalvleesklierkanker kunt genezen, door de beschikbare kennis hierover te analyseren. Volgens Martijn is er een steeds grotere groep mensen die het leuk vinden om wat in elkaar te knutselen, zonder dat ze het werk noemen. Maar dat geknutsel heeft straks wel impact op andermans werk.

Drugs maken wordt steeds makkelijker bijvoorbeeld. Hoe gaan we straks om met verslavingszorg als iedereen in de keuken wat lekkere pilletjes in elkaar kan draaien? Kweekvlees betekent straks het einde van de veeteelt in Nederland en het einde van een van de pijlers onder onze economie. Wat komt daarvoor in de plaats? En wat doen we met al die leegkomende boerderijen? Nederland Parkland?

Ik blijf na afloop van een lezing van Martijn altijd wel een beetje verbluft achter. Het is natuurlijk fantastisch wat er allemaal ontwikkeld wordt. Maar ik zie ook een hele grote groep mensen die daarin niet meekomen. Die hun mobiele telefoon nauwelijks begrijpen. Die alle keuzes die ze moeten maken, niet meer overzien. Die hun werk steeds zien verdwijnen, en hun inkomen niet meer zeker zijn. Die de weg kwijt raken op de digitale snelweg. Wat is er in die toekomstige mooie tech-wereld voor hen wat fantastisch is?

Lessen uit Lissabon – ESN conferentie thema 1 Digitalisering

De European Social Network heeft jaarlijks een conferentie. In de komende blogs blik ik terug op enkele thema’s die aan de orde zijn geweest. Deze eerste blog gaat over digitalisering in het sociaal domein.

Digitalisering is hard op weg ook in het sociaal domein een groot verschil te maken. Bij de start kregen we inzicht in de ‘digitale agenda’ van de EU. Een onderdeel daarvan is het tot stand brengen van de European Digital Market: vrije verkeer van goederen en diensten op het internet in de EU. Daar zit een zeer ambitieuze agenda onder om alle obstakels weg te nemen die dat nu verhinderen. Dan gaat het over zaken als de harmonisatie van regelgeving rondom consumentenrecht (garanties, terugname, waar melden als iets niet klopt, dat soort dingen). Maar ook: bescherming van data, een Europese ‘cloud’ oplossing, aanpassing van merkrecht en copyright. Het gaat echt heel ver en het moet allemaal eind 2016 af zijn. Je kan er meer over lezen op hun site http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/digital-single-market en meedoen in de discussie. Mega belangrijk en in Nederland besteed er echt niemand aandacht aan.

Wat digitalisering betreft ook veel voorbeelden voorbij zien komen van ict-ondersteuning van ‘one stop service’ oplossingen. Je hebt dan één loket waar alles geregeld wordt: van huisvesting tot uitkeringen tot opvoedondersteuning. Veelal met behulp van multi-disciplinaire teams (onze sociale wijkteams zijn echt niet nieuw hoor). Opvallend hoe verkokerd Nederland nog is in dit verband. De samenwerking in de backoffice is hier echt nog onontgonnen terrein, terwijl dat in andere landen gezien wordt als een belangrijke manier om betere en efficiëntere dienstverlening te bereiken.

Een derde thema die bij digitalisering voorbij kwam is de opkomst van allerlei middelen die voor ouderen en kwetsbare groepen beschikbaar komen. Langer thuis leven met meer domotica, skype-achtige verbindingen met hulpverleners, een soort bewegingsmelder die mensen met Parkinson helpt om hun bewegingen te controleren, er komen steeds meer geweldige apparaten op de markt die echt een enorme verbetering van kwaliteit van leven betekenen voor grote groepen mensen. Bij het congres ook aandacht voor de digitale vaardigheden van hulpverleners, zodat zij in staat zijn om deze middelen in te zetten en te ondersteunen. Inderdaad een groep waar we niet vaak genoeg bij stilstaan. Een aantal treffende voorbeelden zijn hier te vinden: http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/ehealth-and-ageing. De opkomst van deze middelen betekenen ook iets voor de samenwerking tussen publieke en private partijen: je gaat een verbinding aan met elkaar die grote impact heeft. Daarover meer in de volgende blog in deze serie, samenwerking in tijden van onzekerheid.

Technologie moet je wantrouwen, Google en Facebook voorop

Op zaterdag haal ik altijd een stapel kranten om het weekend mee door te komen. Vandaag trof ik in twee kranten (FD en Trouw) een interview met Evgeny Morozov, filosoof en technologie criticaster. Beide interviews waren naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van zijn boek, ‘Om de wereld te redden, klik hier.’ Nu is zijn boodschap intrigerend, maar het verschil in die twee artikelen vond ik ook boeiend.

Bij het FD zijn er een aantal thema’s dominant. De monopolies van bedrijven als Google en Facebook zorgen voor een enorme datahonger – die door mensen gevoed moet worden. De bedrijven wekken een soort verslaving op zoals fastfoodbedrijven dat doen door zout en suiker aan hun etenswaren toe te voegen. Morozov vindt dat er meer wantrouwen nodig is naar deze bedrijven toe – en dat sluit ook mooi aan bij een van de thema’s van www.veldgidsvertrouwen.nl, waarin er een pleidooi is opgenomen voor gezond wantrouwen. Verder hekelt hij de wijze waarop technologie omgaat met oplossingen. Voor alles is een app te bouwen, maar dat lost vaak niet het probleem zelf op. Je kunt niet met een app de honger in de wereld verbannen. Daarnaast creëert de technologische oplossing nog meer problemen: wat gebeurt er met de data van die app? Daar wordt veel te weinig over nagedacht, zoals ik een paar weken terug over blogde op http://angelawerkt.wordpress.com/2014/05/23/blijft-er-nog-wat-over-van-het-publieke-domein-in-het-digitale-tijdperk/. Met al die technologie wordt trouwens ook de individuele verantwoordelijkheid steeds groter. Als je met allerlei apps je gezondheid kunt monitoren, wordt het vanzelf bijna een schande als je ziek wordt – en gaat je verzekeringsmaatschappij daar ook iets van vinden. En dat maakt mensen steeds banger en angstiger, omdat ze zich over steeds meer zaken zorgen moeten maken. Is een van de uitwegen uit dit systeem dan de deeleconomie? Welnee, zegt Morozov. De deeleconomie kan alleen een uitweg bieden als er geen geld in het spel is. Anders wordt alles vermarkt, en wordt de waarde van steeds meer zaken in je leven alleen maar in geld uitgedrukt. Zo’n initiatief als AirBnB maakt je thuis tot een ‘commodity’ dat verhandeld kan worden. Terwijl het veel meer betekenis heeft dan een bedrag in geld.

Bij Trouw komen daarnaast andere onderwerpen meer aan bod. Morozov geeft daarbij aan dat er over internet en technologie wordt gesproken alsof ze een eigen dynamiek hebben, die niet te beïnvloeden is. Maar de politieke beslissingen en maatschappelijke consequenties ervan zijn heel echt en worden nu gewoon voor lief genomen, terwijl we er wel iets van kunnen en moeten vinden. Zo heeft nieuwe technologie niet geleid tot meer vrijheid in informatie-uitwisseling, maar is het een zeer effectief instrument voor onderdrukking door allerlei autoriteiten. Ook hier weer de pleidooi voor meer achterdocht naar de bonte verzameling partijen die het technologie-geloof verspreiden: de ondernemers die er aan verdienen, de goedbedoelende internetactivisten, de intellectuelen die er boeken over schrijven (en zo er van leven, vaak in combinatie met een consultancy praktijk). Daarbij is het essentieel om de politieke dimensie niet te vergeten – hoe rommelig en rafelig dit proces ook is, het is belangrijk dat het debat gevoerd wordt.

Wat het alternatief voor dit alles is, weet Morozov ook niet, geeft hij eerlijk toe. Maar dat we er over moeten nadenken en met elkaar in discussie gaan is wel duidelijk. Wat vinden jullie?

Blijft er nog wat over van het publieke domein in het digitale tijdperk?

Het publieke domein is een groot goed: het is de plek waar mensen elkaar tegenkomen zonder interventies van politiek of commercie. Dat domein kent een ruimtelijk component (zoals het park in de stad) en een intellectueel component (de vrije uitwisseling van ideeën). Dat laatste gebeurt in toenemende mate steeds vaker digitaal, en verdient daarom ook de aandacht in de inrichting van die digitale systemen. In een essay van Frank Huysmans wordt mijn groeiend onbehagen over zowel overheids- als commerciële inmenging rondom informatie-uitwisseling helder verwoord. Het volledig artikel is te lezen op http://warekennis.nl

Dat onbehagen komt van meerdere kanten volgens Huysmans. De overheid blijkt op grote schaal gegevens van burgers te verzamelen – en ze met andere landen uit te wisselen. Dit heeft op den duur een censurerende werking: mensen gaan opletten wat ze mailen of welke opmerkingen ze doen, want stel je voor dat de NSA denkt dat ze een terrorist zijn. Er is dus niet alleen een privacy schending, het perkt daadwerkelijk ook de ruimte in het publieke domein in. Daarnaast verzamelen bedrijven steeds meer gegevens – en verhandelen ze ook, zonder dat burgers inzicht hebben in wat er wordt verzameld en aan wie het wordt verkocht. Je digitale identiteit is niet meer van jou. Hoe je je presenteert in het digitale publieke ruimte (en dat is de basis voor vrije interactie) kan je zelf niet meer in de hand houden. Huysmans noteert ook de exorbitante winsten van uitgevers als Reed Elsevier, die voornamelijk verdienen aan wetenschappelijke publicaties waarin kennis wordt verhandeld dat met publiek geld (de universiteit) tot stand komt. Die kennis wordt daardoor zo duur dat het niet voor iedereen beschikbaar is in het publieke domein, en innovatie en ontwikkeling minder tot stand komt dan mogelijk met alle kennis. Auteursrecht is nog zo’n obstakel voor vrije informatie-uitwisseling. Huysmans erkent dat er een belangentegenstelling zit tussen de makers (die wel ergens van moeten leven) en de vrije informatie-uitwisseling (waarin idealiter de kennis gratis of tegen een geringe vergoeding is te krijgen). Hoe die tegenstelling nu opgelost moet worden blijft bij Huysmans nog onduidelijk, ook modellen als Spotify en Blendle leveren nog te weinig op, zelfs voor de meest populaire artiesten / schrijvers.

Wat hieraan te doen? Allereerst is het nodig dat er meer bewustzijn komt over dit onderwerp. Het schouderophalend ‘ ik heb toch niks te verbergen? ‘ is volgens Huysmans funest. Voor de komende periode schetst Huysmans een praktische agenda van stappen die gezet moeten worden om het digitale publieke domein als publieke plaats in stand te houden. Daarbij hebben informatici in alle soorten en maten een rol (zoals de bibliothecaris, de informatie-analist, iedereen die met informatiestromen bezig is). Ik licht een aantal punten van zijn agenda uit:
– op dit moment woedt er op Europees niveau en in de VS een discussie over netneutraliteit. Netneutraliteit betekent dat alle informatiepakketjes die over het web vliegen zonder aanschijns des persoons worden afgehandeld. Bedrijven met veel dataverkeer of geld zoeken naar manieren om voorrang te krijgen – waardoor kleine partijen benadeeld worden. Zonder netneutraliteit is vrije uitwisseling van informatie onmogelijk.
– privacybescherming moet terug op de agenda, niet alleen in regelgeving maar ook in de handhaving ervan.
– informeer jezelf en verspreid kennis hierover

Dat laatste doe ik bij deze. 🙂