#Democratie in de #regio: het kan!

In VNG magazine een interview met David Reybrouck gelezen – een van de vele van de laatste tijd. Ik vind zijn stelling dat we met onze huidige vorm van democratie nou juist niet vertegenwoordigend werken ook heel goed te verdedigen. Reybrouck zet daar een vorm van loting tegenover: laten we loten wie gaat besturen, dan krijg je een betere afspiegeling van het volk dat vertegenwoordigt wordt. En ook: betere besluitvorming. Want de mensen die geloot worden, blijven maar één termijn en maken zich niet druk om verkiezingen. Daardoor blijft het algemeen belang beter in het vizier en wordt korte termijn electoraal gewin buiten de deur gehouden. Ik vind het een bijzonder aantrekkelijk idee. Wel zou ik het op andere plekken willen toepassen dan daar waar er nu experimenten mee worden gedaan.

De huidige experimenten met loting zijn allemaal in of rondom processen waarin er al sprake is van een enorm democratisch circus: verkiezingen! De Nederlandse experimenten in Amersfoort en Uden bijvoorbeeld waren opgezet om de net verkozen gemeenteraden en daaruit gevormde colleges te voorzien van een agenda voor de bestuursperiode. Zo’n agenda heeft in al het politiek geweld om die raden en besturen heen natuurlijk geen schijn van kans. Ik was daar al bang voor, zie mijn eerdere blog hierover https://angelawerkt.wordpress.com/2014/04/20/democratie-vernieuwen-doe-je-niet-in-een-dag-maar-amersfoort-gaf-wel-een-mooi-signaal-af/. Het ontbrak in deze initiatieven namelijk ook om uitvoeringsmacht: het blijft dan bij mooie ideeën, en dat is natuurlijk wel heel erg jammer.

Waar zou zoiets wel kunnen slagen? Dan zouden we het moeten uitproberen in een gebied waar er een groot tekort is aan democratische legitimiteit. Laat daar nou ook dezelfde VNG magazine vol van staan: de toegenomen regionale samenwerking tussen gemeenten. Alle gemeenten werken samen op terreinen als veiligheid, milieu, werk en economie, zorgtaken, en nog veel meer. Als we nou dáár eens iets van de ideeën van Reybrouck zouden gaan toepassen? Geen extra laag van controle door een afvaardiging van gemeenteraden (zoals in de Drechtsteden) maar een G1000 voor de regio. Die G1000 wordt samengesteld op basis van loting: burgers worden uitgeloot om eraan deel te nemen. Per thema worden die verschillend samengesteld. Dus voor werk en economie 1/3 uitkeringsgerechtigden, 1/3 bedrijven en 1/3 onderwijs en gemeente ambtenaren. Voor de zorgtaken 1/3 cliëntenraden en ambtenaren, 1/3 zorgontvangers en 1/3 mantelzorgers. Zoiets. En dan netjes verdeeld over de regio.

En die regio-G1000 dan daadwerkelijk iets te zeggen geven. Dus dat ze bijvoorbeeld alle beleid moeten ontwikkelen (niet alleen een klap er op geven als alle ambtenaren er klaar mee zijn). Ik weet dat formeel alle gemeenteraden dat dan ook nog moeten doen, maar als we nou aan de voorkant afspreken dat beleid dat langs dit proces wordt ontwikkeld, per definitie door de colleges wordt aangenomen, dan is het een gemeenteraad met heel veel lef dat het daarna nog durft af te schieten. Immers, hun eigen achterban heeft het product vormgegeven.

Ik ga eens kijken hoe ver ik met dit ideetje kom. Wordt vervolgd!

 

Bericht uit Barcelona

Barcelona, en het is buiten 23 graden en de zon schijnt. Ik merk er weinig van, zit binnen in een ruimte met slechte air-conditioning waardoor ik langzaam een kou oploop. En toch heb ik het reuze naar mijn zin! Ruim 400 mensen van sociale diensten uit heel Europa zijn hier bij elkaar om ervaringen uit te wisselen tijdens de ESN conferentie. Plenaire sessies worden afgewisseld met workshops waarin de praktijk aan bod komt en je met elkaar in gesprek kunt gaan. Ondanks dat we in verschillende wettelijke en maatschappelijke contexten werken is er voldoende dat ons bindt. Terugkerend thema (net als op de Divosa congres) is het omgaan met de verwachte mega-bezuinigingen als gevolg van de crisis. Sprekers noemen het steeds, maar hoe moet je het oplossen? Die vraag blijft steeds in de lucht hangen. Niet onterecht, immers, het zijn politieke keuzes. Maar het maakt wel dat men tussen hoop en vrees blijft hangen en de onzekerheid overal lijkt soms te verlammen. Een van de sprekers die wel duidelijk antwoord geeft op de vraag – waar zou je wel of niet moeten bezuinigen, is professor Gesta Esping-Andersen. Hij heeft onderzocht hoe je het beste de positie van kinderen die in armoede opgroeien kan verbeteren. In alle westerse landen is die armoede het grootst onder migranten. Om zijn onderzoek kort samen te vatten: zorg ervoor dat vrouwen aan het werk gaan en dat hun kinderen in hoogwaardige kinderopvang terecht komen, vooral in de leeftijd tot 6 jaar (dus vóór de basisschool). Dit is essentieel voor vrouwen en kinderen uit andere landen, het is de start van integratie en met die goede start maken ze een goede kans om daarna mee te kunnen. Vrouwen aan het werk krijgen betekent een afname van 400% in armoede onder kinderen. Gecombineerd met hoogwaardige kinderopvang betekent het dat kinderen vanaf een zeer jonge leeftijd leren leren, kunnen omgaan met structuren, de taal machtig worden, kortom, ze beginnen de basisschool zonder de enorme achterstanden die ze nu hebben. De moeders doen via de kinderopvang ook kennis op over opvoedingskunde en ze leren andere vrouwen kennen, die ze van steun kunnen zijn. Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat het na de zesde jaar niet meer goed komt. Alle inspanningen ten spijt, je bent dan gewoon te laat.

En wat doen we in Nederland? Bezuinigen op kinderopvang. Vrouwen met kinderen jonger dan vijf jaar vrijstellen van sollicitatieplicht als ze een bijstandsuitkering ontvangen. Schooltijden zo inrichten dat je een normale baan niet kan combineren met kinderen zonder logistieke nachtmerries. We kijken vrouwen met kleine kinderen die wél werken met de nek aan. Kortom, misschien moeten we eens wat andere prioriteiten gaan stellen wat participatie en integratie betreft?