Is nieuwe technologie voor iedereen wel een zegen?

Martijn Aslander is een “stand-up filosoof” zoals hij zichzelf noemt. Ik heb hem al een aantal keren horen spreken en het verveelt nooit. Hij is een technisch optimist, gelooft dat innovaties ons veel goeds gaan brengen. Tijdens zijn laatste lezing zat ik te worstelen met een nieuwe laptop, misschien dat ik daarom wat kanttekeningen had bij zijn verhaal.

Iedereen is het met elkaar eens dat technologie een enorme impact gaat hebben ons leven de komende jaren. Hoe en waar, daar verschillen de meningen. Martijn ziet management vooral kijken naar de impact op de mens-kant: welke functies kunnen geautomatiseerd worden, hoe zorg ik dat mijn personeel digi-vaardig blijft? Maar wat is de impact van technologie op de dienst of product van de organisatie? Die vraag laten ze aan de ICT-afdeling over. Wat ook niet helpt, is dat er een enorme overschot aan bureaucratie is ontstaan dat als hindermacht optreedt als er van onderop initiatief ontstaat. Dus wat te doen?

Allereerst is het noodzakelijk om te beseffen dat van alles goedkoper wordt en simpeler om te krijgen. Whatsapp heeft de SMS vervangen. In Afrika bouwen ze met afval windmolens om stroom te genereren, omdat de kennis daarvoor op internet beschikbaar is. Een jongen van 16 bedacht hoe je aalvleesklierkanker kunt genezen, door de beschikbare kennis hierover te analyseren. Volgens Martijn is er een steeds grotere groep mensen die het leuk vinden om wat in elkaar te knutselen, zonder dat ze het werk noemen. Maar dat geknutsel heeft straks wel impact op andermans werk.

Drugs maken wordt steeds makkelijker bijvoorbeeld. Hoe gaan we straks om met verslavingszorg als iedereen in de keuken wat lekkere pilletjes in elkaar kan draaien? Kweekvlees betekent straks het einde van de veeteelt in Nederland en het einde van een van de pijlers onder onze economie. Wat komt daarvoor in de plaats? En wat doen we met al die leegkomende boerderijen? Nederland Parkland?

Ik blijf na afloop van een lezing van Martijn altijd wel een beetje verbluft achter. Het is natuurlijk fantastisch wat er allemaal ontwikkeld wordt. Maar ik zie ook een hele grote groep mensen die daarin niet meekomen. Die hun mobiele telefoon nauwelijks begrijpen. Die alle keuzes die ze moeten maken, niet meer overzien. Die hun werk steeds zien verdwijnen, en hun inkomen niet meer zeker zijn. Die de weg kwijt raken op de digitale snelweg. Wat is er in die toekomstige mooie tech-wereld voor hen wat fantastisch is?

Vooruit kijken! Vooruit doen! Verslag van het #VNGKING jaarcongres

Waar gaat het heen met het sociaal domein? Vandaag was ik op het VNG-King congres met als titel ‘De toekomst is Nu!’. Een ochtend vol futurologen die vooral vertelde dat de toekomst niet te voorspellen valt, maar dat je wel moet blijven dromen, want anders komt er niets van de grond. Ik ga zeker het boek van Daan Quakernaat bestellen ‘Ga kathedralen bouwen’. Kijk even op zijn website, daar staat al voldoende stof tot nadenken: http://www.quakernaat.com/

Hoe moet het verder met de decentralisaties?

‘s-Middags een workshop gevolgd van Jos van der Lans en Pieter Hillhorst waarbij hun nieuwste publicatie werd uitgereikt ‘Nabij is beter II – Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties’. Hun aanbevelingen zijn ook digitaal te lezen vanaf morgen (dus nu nog even geen link). Wat mij bij bleef is dat ook zij een pleidooi hielden om te investeren in het ontwikkelen van het leervermogen van de wijkteams (ik heb hier eerder over geblogd, zie resultaatgericht sturen). Veel voorbeelden kwamen voorbij van gemeenten die steeds integraler werken, op velerlei manieren: door mensen bij elkaar te zetten in dezelfde kamer, door bij elkaar op bezoek te gaan. Dat begint wel goed te lopen. Er is nog veel ruimte om ‘de expertise naar voren’ te organiseren. Dus niet doorverwijzen naar een specialist, maar de specialist vragen om de betrokkenen (ouders, wijkteamleden, leraren) te helpen om te gaan met de problemen van het kind.

Een onderwerp waar er maar weinig voorbeelden van waren in de zaal was het onderwerp ‘collectivisering’. Als gemeente zijn we geneigd alles per individu (‘maatwerk’, ‘eigen kracht’ ) op te pakken. Terwijl mensen bij elkaar zetten die eenzelfde problematiek hebben juist heel krachtig kan zijn. De platforms die dan ontstaan zijn niet voorspelbaar. Maar de voorbeelden die er wel zijn (Autisme-café, vereniging van pleegouders, allerlei ‘lotgenoten’ platforms) geven voldoende aanleiding om te denken dat er hier meer mogelijkheden zijn dan die we nu zien. Willen we dat als gemeente aanwakkeren, moeten we afstappen van het idee dat maatwerk per definitie individueel is. Maatwerk kan juist ook heel goed collectief.

Is Uden de toekomst van burger-/overheidsparticipatie?

Iets heel anders: het verhaal van de gemeente Uden. Samen met burgers uit de gemeente is een visie op Uden in 2020 ontwikkeld. Er is toen geen uitvoeringsprogramma gestart vanuit de gemeente – vanuit de gedachte dat de visie die er lag, vanuit de gemeenschap gestart was en dus ook door die mensen verder getrokken kon worden. Bij het aantreden van de nieuwe Raad na de verkiezingen in 2014 is met de nieuwe Raad besloten om een G1000 te organiseren om de prioriteiten voor de nieuwe bestuursperiode te stellen. Uit die twee sessies een groep van een paar honderd betrokken burgers opgestaan die nu zelf aan de slag zijn met zo’n 41 projecten, die soms wel en soms niet de betrokkenheid van de gemeente vragen. En ook daarbij botsen de ‘oude wereld’ van vergunningen en systemen met de ‘nieuwe wereld’ van sociale initiatieven. De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich nu ook verder: niet in hokjes, maar in het verder helpen van initiatieven. Politiek is het ook wel erg spannend: hoe verhouden Raad en college zich tot alle initiatieven? In de discussie werd verwezen naar dit filmpje van de onvolprezen Marije van den Berg: Democratisch Zuivere Koffie. 

Er is ook nog een diversiteitsagenda vermoed ik….

Intrigerend vond ik vandaag de man-vrouw verhoudingen. Bij het plenaire deel: allemaal mannelijke sprekers van boven 50. Bij de workshops ook bijna alleen maar mannen. 70% van de zaal netjes in blauw pak. En 70% van de zaal man. Terwijl 70% van de mensen die in het sociaal domein werken vrouw zijn. Hoe komt dat toch?

Lessen uit Lissabon – ESN conferentie thema 1 Digitalisering

De European Social Network heeft jaarlijks een conferentie. In de komende blogs blik ik terug op enkele thema’s die aan de orde zijn geweest. Deze eerste blog gaat over digitalisering in het sociaal domein.

Digitalisering is hard op weg ook in het sociaal domein een groot verschil te maken. Bij de start kregen we inzicht in de ‘digitale agenda’ van de EU. Een onderdeel daarvan is het tot stand brengen van de European Digital Market: vrije verkeer van goederen en diensten op het internet in de EU. Daar zit een zeer ambitieuze agenda onder om alle obstakels weg te nemen die dat nu verhinderen. Dan gaat het over zaken als de harmonisatie van regelgeving rondom consumentenrecht (garanties, terugname, waar melden als iets niet klopt, dat soort dingen). Maar ook: bescherming van data, een Europese ‘cloud’ oplossing, aanpassing van merkrecht en copyright. Het gaat echt heel ver en het moet allemaal eind 2016 af zijn. Je kan er meer over lezen op hun site http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/digital-single-market en meedoen in de discussie. Mega belangrijk en in Nederland besteed er echt niemand aandacht aan.

Wat digitalisering betreft ook veel voorbeelden voorbij zien komen van ict-ondersteuning van ‘one stop service’ oplossingen. Je hebt dan één loket waar alles geregeld wordt: van huisvesting tot uitkeringen tot opvoedondersteuning. Veelal met behulp van multi-disciplinaire teams (onze sociale wijkteams zijn echt niet nieuw hoor). Opvallend hoe verkokerd Nederland nog is in dit verband. De samenwerking in de backoffice is hier echt nog onontgonnen terrein, terwijl dat in andere landen gezien wordt als een belangrijke manier om betere en efficiëntere dienstverlening te bereiken.

Een derde thema die bij digitalisering voorbij kwam is de opkomst van allerlei middelen die voor ouderen en kwetsbare groepen beschikbaar komen. Langer thuis leven met meer domotica, skype-achtige verbindingen met hulpverleners, een soort bewegingsmelder die mensen met Parkinson helpt om hun bewegingen te controleren, er komen steeds meer geweldige apparaten op de markt die echt een enorme verbetering van kwaliteit van leven betekenen voor grote groepen mensen. Bij het congres ook aandacht voor de digitale vaardigheden van hulpverleners, zodat zij in staat zijn om deze middelen in te zetten en te ondersteunen. Inderdaad een groep waar we niet vaak genoeg bij stilstaan. Een aantal treffende voorbeelden zijn hier te vinden: http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/ehealth-and-ageing. De opkomst van deze middelen betekenen ook iets voor de samenwerking tussen publieke en private partijen: je gaat een verbinding aan met elkaar die grote impact heeft. Daarover meer in de volgende blog in deze serie, samenwerking in tijden van onzekerheid.

#Zelfsturing vraagt wel heel veel #regels: intrigerend artikel

Zelfsturing, bottom-up sturing, het zijn begrippen die je steeds vaker tegenkomt. Meestal worden ze als alternatief gepresenteerd voor een rigide top-down sturing dat met veel regels, controle en bureaucratie gepaard gaat. Maar zelfsturing vraagt volgens de mensen die het doen, juist ook om regels. En dat zijn er best veel, zie dit artikel op management-site: https://www.managementsite.nl/holacracy-regels-zelforganisatie.

Ik heb nog zitten puzzelen hoe dat komt. Zelfsturing zou een bevrijding moeten zijn, maar vraagt toch weer een heel systeem aan regels om het te kunnen doen. En de transparantie die het vraagt betekent in de praktijk dat er een behoorlijke controle plaatsvindt op alles wat er gebeurt. Waarom? Is het omdat zelfsturing zo anders is dan dat we gewend zijn, dat je het wel in regels moet vastleggen om te zorgen dat het gebeurt? Of kunnen we gewoon niet zonder regels?

 

Ook het denken over #privacy moet gekanteld worden

Weer eens op congres geweest! Ga al vele jaren naar http://nl.managementevents.com/events/?mainevent=39&event=232, het is wat kleinschaliger (circa 150 deelnemers) waardoor je meer in staat bent om op een zinvolle manier te netwerken.

Waar ga ik mee naar huis? Wat mij zijn bijgebleven zijn twee centrale thema’s:

  1. De wendbare overheid: een keur aan sprekers en veel van het gesprek tussendoor ging over hoe je vanuit de systeemwereld waarin je vast zit in de leefwereld van inwoners kunt gaan werken als overheid. Wat betekent dat voor je organisatie? Wat doe je dan daadwerkelijk anders? Wat is de mindset waarmee je vraagstukken benadert? Hoe bereik je die mindset eigenlijk? Waar schuurt het?
  2. Het privacy vraagstuk: aan de ene kant is het beschermen van persoonlijke gegevens van groot belang en mag je nooit zomaar gegevens uitwisselen. Aan de andere kant belet de privacy wetgeving beleidsdoelstellingen: het is feitelijk onmogelijk voor de wijkteams om binnen het wettelijk kader te werken op dit terrein. Hoe gaan we als gemeenten om met deze spanning?

Die beide thema’s overpeinzend kwam ik tot een stevig gesprek met de vice-voorzitter van het https://cbpweb.nl/ (College Bescherming Persoonsgegevens). Want eigenlijk zou het CBP overbodig moeten zijn. Iedere toezichthouder streeft ernaar om overbodig te worden: uiteindelijk moet het systeem zo werken, dat toezicht van buiten niet meer nodig is. Hoe zou het CBP overbodig moeten worden? Door uit het systeemwereld te stappen en naar de leefwereld te gaan.

Wat is de logica van de leefwereld? Iedere burger in Nederland zou eigenaar moeten zijn van zijn/haar gegevens. Eigenaarschap betekent dat hij/zij ze zelf opslaat en beheert, en soms tijdelijk ter beschikking stelt aan anderen. Dus als je medische hulp nodig hebt, stel je je medische gegevens beschikbaar. Behandeling klaar, gegevens weg. Er is dan geen enkele ziekenhuis die je medische gegevens bewaart, want dat doe je zelf. Gaan je kinderen naar school? Jij bewaart hun leerprestaties (die worden door de school ingevuld, maar jij bewaart ze) en als ze naar een andere school gaan, stel je ze ter beschikking van de nieuwe school. Scholen bewaren dus zelf niets. Alleen dat ze toegang hebben tot jouw gegevens. Als je begeleiding nodig hebt of huishoudelijke hulp van de gemeente: je stelt tijdelijk de gegevens open die nodig zijn, daarna zet je het weer dicht. De gemeente bewaart dan geen gegevens van jou. Dat doe je zelf namelijk.

Dan richten we de systeemwereld in zodat het aansluit bij de leefwereld van mensen (dag 1 van het congres) en zijn we af van de discussie over wie welke gegevens mag bewaren of uitwisselen (dag 2 van het congres).

Een goede vriend van mij had daar een mooi idee over, het filmpje ervan is de moeite waard om in dit verband te bekijken: http://www.memocom.org/nl

En hoe het gesprek ging met het CBP? Die blijven in hun systeemwereld. Ze handhaven de wet. Want daar zijn ze van. Erg jammer. Ik had zo gehoopt dat ze ook het systeem willen veranderen.

Omgaan met vrijheid is zo makkelijk nog niet #decentralisaties #hnw #sociaaldomein

Deze week twee inspirerende lunch afspraken gehad (op dezelfde terras, namelijk van http://www.vischzaak.nl/, een aanrader als je ooit in Den Bosch bent).

De eerste afspraak was met Marije van den Berg, pionier van Stadslab in Leiden en dwarsdenker /friskijker zie http://www.whiteboxing.nl/. We hebben het vooral over governance in het sociaal domein vanaf 2015 gehad. Is de gemeenteraad wel toegerust om haar kaderstellende en controlerende rol op te pakken als het om de decentralisaties gaat? En zo ja, hoe moeten ze daar invulling aan geven dan? De praktijk tot nu toe wijst uit dat raden zich eigenlijk nog helemaal geen raad weten met hun nieuwe rol. Al pratend kwamen we uit op twee richtingen om hiervoor oplossingen te zoeken.

De eerste is gelegen in de structuur van het sociaal domein zelf: hoe zou je het zo kunnen inrichten, dat er governance van onderop ontstaat (dus op de werkvloer) in plaats van bovenaf (de gemeenteraad)? Dat is een essentiële vraag, want een van de redenen om te decentraliseren was om juist meer ruimte te creeëren voor maatwerk op de werkvloer zelf, om professionals te bevrijden van de keurslijf aan regels en protocolfetishisme waar ze nu in zitten. Ze zitten nu vast op de hoogvlakte (zie www.veldgidsvertrouwen.nl), alles is ingeregeld, vastgelegd en in gedetaillleerde procesbeschrijvingen gegoten. Dat gaat op den duur knellen, en dat is wat je nu veel hoort.

Marije wees mij op een rapport van het Wetenschappelijk Bureau van de CU over de coöperatie maatschappij (http://wi.christenunie.nl/cooperatiemaatschappij). Ik citeer: “De coöperatiemaatschappij is het toekomstideaal. Want het goede leven ontstaat in coöperatie: in een samenwerking waarbij ieder zijn talenten inbrengt. Daarbij is er voor alle maatschappelijke partners een rol: voor burgers en gemeenschappen, ondernemers, professionals en organisaties, ambtenaren en overheden. “ Dus hierbij stappen we af van het idee dat de overheid bepaalt en betaalt. Wat ook weer een nieuw perspectief biedt voor de rol van de raad: die kan wel sturen op het ontstaan van dit soort samenwerking. Dat is heel wat anders dan telkens de wethouder ter verantwoording roepen over wachtlijsten of incidenten.

De tweede manier om ‘van binnen uit’ die governance te regelen, is het sturen op het lerend vermogen van het veld. Want laten we wel wezen, de gouden jaren van de zorg zijn voorbij. De enige manier om wel goede zorg te bieden voor minder geld is gelegen in innovatie, en in het toepassen daarvan. En vooral dat laatste, daar heb je op de werkvloer lerend vermogen voor nodig. Marije is daar heel simpel in: als je nou gewoon iedereen die tijd hiervoor krijgt, wekelijks laat opschrijven wat ze geleerd hebben, kan je dat gaan aggregeren en krijg je vanzelf een goed beeld van of er wat geleerd wordt of niet. De monitoring hiervan is dus niet het probleem, wel het ontwikkelen van stuurvermogen hierop.

Later die week had ik een gesprek met Arthur Kruisman, nog zo’n dwardenker / friskijker (“Doen is de beste manier van denken”) http://arthurkruisman.wordpress.com/ . En dat ging eigenlijk wel weer heel veel over lerend vermogen.

Arthur ken ik van de tijd dat ik kennis maakte met Het Nieuwe Werken, op dit moment geeft hij workshops ‘Ruimte @ Work’ waarbij mensen aangespoord worden om de ruimte die er ontstaat als gevolg van het nieuwe werken, daadwerkelijk te pakken. Want het blijkt dat maar weinig mensen weten om te gaan met die vrijheid. Dat geldt niet alleen voor het tijd- en plaats onafhankelijk werken, maar ook met het zelf bepalen HOE je de afgesproken resultaten gaat halen – er ligt daar een wereld wagenwijd open die niet gezien wordt. Dus mensen blijven overal toestemming voor vragen en overtuigd dat iets niet kan – omdat het er niet is, zal het wel niet mogen. Dat soort gedachten. En die zijn natuurlijk funest voor het lerend vermogen die nu net zo belangrijk is.

Met Arthur heb ik ook vreselijk gelachen over zijn ervaringen met het Consultatie Bureau. Als er een bureau Bureaucratisch is, is dat het wel. En toch gaat iedereen er braaf heen. Je hebt er niks aan, gaf hij toe. Toch gaat hij er ook gewoon heen. Omdat het wel zal moeten. En de consultatiebureaus hebben het ‘preventie’ aureool aangemeten gekregen – zij zijn dus onaaantastbaar geworden. Want jeugdzorg moet het hebben van ‘preventie’ en ‘signalering’, en alles wat dat doet is heilig.

Als er nou eens in een wijk een groep mensen zelf die consultatiebureau taak zou gaan organiseren (samen met de GGD), voor de mensen die het echt nodig hebben, in coöperatievorm, en al lerende kijken wat er dan gebeurt – ik ben benieuwd wat daar dan uit zou komen.

#Creativiteit is collectief – of niet?

In de ‘Mind’ editie van Scientific American deze maand een interessant artikel over creativiteit. ‘Creativity is collective’ staat er met dikke letters. Ik was gelijk gegrepen. Groepsprocessen kunnen juist dodelijk zijn voor creativiteit, is de geldende wijsheid. ‘Groupthink’, dogma’s en sociale druk zijn niet bepaald bevorderlijk voor het bedenken van iets nieuws. Ook in ons boek www.veldgidsvertrouwen.nl hebben Frans en ik aangetoond hoe hele hechte groepen steeds meer in zichzelf gekeerd raken en het vermogen om te innoveren daarmee kwijtraken, mede omdat alle invloeden van buitenaf worden geweerd. Dus hoe zit het dan?

Het artikel geeft eigenlijk een heel genuanceerd beeld. Creativiteit heeft een voedingsbodem nodig. Je moet met andere mensen kunnen sparren.  Ideeën verfijnen zich vaak door interactie met anderen. Ook heb je een stuk steun nodig van gelijkgezinden, die je aanmoedigen om door te gaan ook als het tegenzit.

Verder blijkt die groepsdruk ook wel iets in mensen aan te wakkeren uit een soort van rebelsheid: je sociale identiteit bepaalt de norm, en creativiteit zit vaak juist in het net afwijken van die norm. Je moet als het ware iets hebben om je tegen af te zetten, en dat is vaak nou net die vervloekte groep!

Wat niet in het artikel stond, maar waar ik gelijk aan moest denken, is het concept van ‘loose coupling’ van Karl Weick. Weick gebruikt deze term om te beschrijven hoe systemen met hun omgeving in verbinding kunnen staan. Enerzijds is er de groepsrealiteit (een theorie van hoe de wereld werkt), anderzijds is er de materiële realiteit (de wereld in het echt). Deze kunnen alleen naast elkaar bestaan als er een ‘loose coupling’ is, een losse verbinding, die flexibel genoeg is om de groep met de wereld te laten werken, zonder dat de groep uit elkaar valt en zonder dat de wereld een zinloos geheel lijkt. Later is dit concept veel gebruikt in theorieën over hoe netwerken werken: dat is veelal ook een vorm van ‘loose coupling’.

Creativiteit heeft ook zo’n ‘loose coupling’ nodig. Het zijn die losse verbanden die juist creativiteit stimuleren, omdat je in dat netwerk meer kans hebt om gelijkgezinden te vinden die je verder helpen, zonder dat je je eigen groep gelijk hoeft te verlaten.

Het hele artikel in ‘Mind’ heb ik hier ingescand: mind_1

‘Zomaar wat doen’ kan juist heel effectief zijn

“Ons laboratorium is zo opgezet dat we veel waarnemingen doen. We trekken en duwen overal een beetje, zonder vooropgezet idee wat we moeten ontdekken.”

Aldus Hans Clevers, prijswinnend wetenschapper en KNAW-president in de Intermediair van deze week. Mooi om uit zo’n onverwachte hoek bijval te krijgen voor de ‘Kieken wa ’t word’ (Kijken wat het wordt) strategie. Terwijl je juist van de wetenschap verwacht dat ze heel planmatig te werk gaan, is dit echt een andere insteek. Een beetje aanklooien en goed kijken wat er gebeurt.

Toevallig kwam ik nog een grote voorstander van dat aanrommelen tegen van de week: Martijn Aslander, een van de mensen achter lifehacking en zelfverklaard ‘prutser’. Goed kunnen prutsen is echter ook aanvaarden dat het geweldig mis kan gaan – zoals hij op deze blog uitlegt http://martijnaslander.tumblr.com/

En nu even verder wat rommelen….

Democratie vernieuwen doe je niet in een dag, maar Amersfoort gaf wel een mooi signaal af

g1000

“Inwoners maken agenda voor Amersfoort” kopte het VNG-magazine vorige week. http://www.vngmagazine.nl/archief/15980/inwoners-maken-agenda-voor-amersfoort. Mooi initiatief waarbij 600 willekeurige burgers samen met werkgevers, kunstenaren, ambtenaren en politici een toekomst agenda voor Amersfoort opstelde. Democratische vernieuwing, iedereen blij na afloop. Ik was wel benieuwd naar waar het zou landen, deze agenda. Er is namelijk aardig wat uitvoeringskracht nodig om het voor elkaar te krijgen, en de onderhandelaars voor een coalitie in Amersfoort hebben niet vooraf aangegeven dat ze de uitkomsten zouden overnemen. Dus ik was wel benieuwd naar het vervolg.

Inmiddels is er het coalitieakkoord. Ik heb de voorstellen van de G1000 bekeken en voor enkele gezocht naar of ze in het akkoord terecht zijn gekomen. Dat gebeurt maar weinig, helaas. En daar was ik al een beetje bang voor. Er zou op 12 april een vervolg bijeenkomst zijn, ik kon daar op de site niets meer over terugvinden. Is bij de organisatoren ook sprake van enige teleurstelling?

Waarom lukt zoiets dan niet? Het waren allemaal prachtige ideeën, dromen van en door de stad. Copy paste en je hebt een mooi akkoord, toch? Ik zie al meerdere redenen waarom dit moeilijk gaat:

  • de gemeente moet bezuinigen, veel van de suggesties vragen eerder een investering
  • er is niet vooraf een commitment gekomen van de raad om de agenda te omarmen, en ook na afloop niet, waardoor er geen uitvoeringskracht is gekoppeld aan de uitkomsten
  • gemeenten moeten bepaalde keuzes maken de komende jaren: hoe verder met grondexploitaties, hoe het sociaal domein in te richten na de decentralisaties: die keuzes zijn vooraf niet in kaart gebracht, waardoor de relevantie van de resultaten voor het coalitieakkoord afneemt. Je begint nou eenmaal niet op nul, er zijn een aantal vraagstukken die er al liggen die om een oplossing vragen.

Wat ik wel bemoedigend vind is dat de sessies op zich goed werkte. Misschien geeft dat voor de volgende keer een goed signaal af: als het gaat om het raadplegen van de stad bij de totstandkoming van een coalitieakkoord zou dit prima kunnen werken. En dan krijgt het ook een vervolg.

 

Ontslakken in de bouw, JA! – En nu graag ook het sociaal domein?

slakHet actieagenda voor de bouw heeft een interessant rapport opgeleverd over het ‘ontslakken’ van de bouw. In het rapport worden aanbevelingen gedaan om de activiteiten in de bouw weer op gang te brengen. Dat is nodig, niet alleen omdat er een recessie is, maar ook omdat er nodeloos veel procedures en beleidsregels zijn die geplande projecten dwarsbomen. Al dat beleid is het gevolg van de ‘beleidsreflex’. De ‘beleidsreflex’ treedt op als er problemen zijn: dan wordt er weer een nota geschreven om het probleem op te lossen. Staan er kantoren leeg? Er komt een nota tegen kantorenleegstand. Is er overlast van hondenpoep? Dan komt er hondenpoepbeleid. Maar al die nota’s op zichzelf lossen weinig op. Sterker nog, inmiddels is per wijk wel zoveel beleid vastgesteld, dat het overzicht ontbreekt. Dat niet alleen, maar het wordt haast onmogelijk voor iemand die iets wil ontwikkelen, om aan alle gestelde eisen van alle beleidsnota’s te voldoen. Het maakt de bouw ook erg kostbaar, omdat er veel eisen, procedures en overleggen nodig zijn om tot iets te komen. Hoe op te lossen? Actieagenda bouw gaat het aanpakken met een aantal pilot gemeenten. Inventariseren, schrappen wat niet hoognodig is, en vervolgens ook werken aan een andere houding van ambtenaren en bestuurders. Heel kort samengevat komt het daarop neer.

Ik ben wel nieuwsgierig naar hetzelfde programma aanpak voor het sociaal domein. Het CBS heeft laatst uitgerekend dat 90% van alle burgers gebruik maakt van enige vorm van inkomensvoorziening (de samenvatting van het NRC staat http://www.nrc.nl/nieuws/2013/07/29/vrijwel-alle-huishoudens-maken-gebruik-van-sociale-regelingen/). De grootste groep gebruikt méér dan een voorziening. En dan hebben we het alleen al over inkomen, terwijl dit een heel beperkt onderdeel is van alle sociaal beleid. Als we nu niet per gebied de ruimtelijke beleid bekijken, maar per doelgroep bijvoorbeeld het sociaal beleid in kaart zouden brengen dat een gemeente erop los laat? Ik vermoed dat we dan ook heel erg schrikken. Want er is voor een gemiddeld gezin in een gemeente minimaal jeugdbeleid, sportbeleid, cultuurbeleid, accommodatiebeleid (al dan niet sectoraal), gezondheidsbeleid, preventiebeleid (op meerdere terreinen), onderwijsbeleid, schuldhulpbeleid, en dan nog de hele WMO beleid (per soort vaak ook in aparte nota’s). En dit is maar een willekeurige greep. Wat heeft dat voor een gezin nu eigenlijk opgeteld voor effect, alles bij elkaar?

Kan er ook een actieagenda sociaal domein worden opgestart?

http://www.actieagendabouw.nl/wp-content/uploads/Eindrapport-Ontslakken.pdf