Kwijtschelden van schulden loont

Deze week was ik bij het Festival van Bestuurskunde, waar er een boeiende sessie werd gehouden over schuldenproblematiek. Daar kwamen wat onthutsende feiten op tafel:

  • 1 op de 5 Nederlanders worstelt met problematische schulden,
  • 80% hiervan is niet in beeld bij schuldhulpverlening.
  • Er gaat jaarlijks 11 miljard om in het oplossen en tegengaan van schulden.
  • De schuldenberg  waar we die 11 miljard tegenaan gooien, bedraagt 3,5 miljard.

De wijze waarop in Nederland omgegaan wordt met mensen in schulden, is gebaseerd op de aanname dat mensen zelf schuldig zijn aan het maken van schulden en zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen daarvan. Dat maakt dat mensen zich schamen om hiervoor hulp te vragen, en dat hulpverleners met sterke vooroordelen de “schuldigen” tegemoet treden.

Maar hoe zou het wel moeten? Het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden heeft een methode ontwikkeld en past deze inmiddels bij enkele gemeenten toe. Kern van de aanpak:

  • Installeren van een lokaal fonds. Het fonds neemt de schulden over van burgers zodat ze niet langer met verschillende schuldeisers werken maar alleen met één partij: de gemeente.
  • Binnen vier weken na aanmelding herstructureren schulden
  • Duurzaam nazorgtraject met lokale initiatieven: de handleiding hiervoor staat op hun site.

Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar wat armoede doet met de hersens van mensen blijkt ook dat het vermogen om verstandige besluiten verdwijnt bij extreme armoede. Mensen zijn dan alleen aan het overleven. En ook meer dan voldoende aangetoond: straf helpt niet om gedrag te veranderen, beloning wel. En als ik dan kijk naar schuldsanering dan lijkt het toch echt meer op straf dan beloning: je krijgt namelijk jarenlang alleen handgeld om van te leven. Niet echt een motivatie om je aan te melden.

Na afloop bleef ik met die 11 miljard in mijn hoofd zitten en het feit dat we mensen met schulden niet echt een wenkend perspectief weten te bieden. Als we het nu eens echt anders aanpakken? Hier mijn idee:

  • Als mensen zich aanmelden, neemt de gemeente die schulden over, daar staat qua termijn maximaal vier weken voor.
  • Mensen krijgen vervolgens een maatwerktraject waarbij ze werken aan gedragsverandering, dit kan gekoppeld zijn aan de schulden maar ook aan andere levensgebieden.
  • Als beloning voor deze gedragsverandering wordt steeds een deel van de schulden kwijtgescholden.

Zou dat werken? Wat denken jullie? Reacties zijn welkom.

Vooruit kijken! Vooruit doen! Verslag van het #VNGKING jaarcongres

Waar gaat het heen met het sociaal domein? Vandaag was ik op het VNG-King congres met als titel ‘De toekomst is Nu!’. Een ochtend vol futurologen die vooral vertelde dat de toekomst niet te voorspellen valt, maar dat je wel moet blijven dromen, want anders komt er niets van de grond. Ik ga zeker het boek van Daan Quakernaat bestellen ‘Ga kathedralen bouwen’. Kijk even op zijn website, daar staat al voldoende stof tot nadenken: http://www.quakernaat.com/

Hoe moet het verder met de decentralisaties?

‘s-Middags een workshop gevolgd van Jos van der Lans en Pieter Hillhorst waarbij hun nieuwste publicatie werd uitgereikt ‘Nabij is beter II – Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties’. Hun aanbevelingen zijn ook digitaal te lezen vanaf morgen (dus nu nog even geen link). Wat mij bij bleef is dat ook zij een pleidooi hielden om te investeren in het ontwikkelen van het leervermogen van de wijkteams (ik heb hier eerder over geblogd, zie resultaatgericht sturen). Veel voorbeelden kwamen voorbij van gemeenten die steeds integraler werken, op velerlei manieren: door mensen bij elkaar te zetten in dezelfde kamer, door bij elkaar op bezoek te gaan. Dat begint wel goed te lopen. Er is nog veel ruimte om ‘de expertise naar voren’ te organiseren. Dus niet doorverwijzen naar een specialist, maar de specialist vragen om de betrokkenen (ouders, wijkteamleden, leraren) te helpen om te gaan met de problemen van het kind.

Een onderwerp waar er maar weinig voorbeelden van waren in de zaal was het onderwerp ‘collectivisering’. Als gemeente zijn we geneigd alles per individu (‘maatwerk’, ‘eigen kracht’ ) op te pakken. Terwijl mensen bij elkaar zetten die eenzelfde problematiek hebben juist heel krachtig kan zijn. De platforms die dan ontstaan zijn niet voorspelbaar. Maar de voorbeelden die er wel zijn (Autisme-café, vereniging van pleegouders, allerlei ‘lotgenoten’ platforms) geven voldoende aanleiding om te denken dat er hier meer mogelijkheden zijn dan die we nu zien. Willen we dat als gemeente aanwakkeren, moeten we afstappen van het idee dat maatwerk per definitie individueel is. Maatwerk kan juist ook heel goed collectief.

Is Uden de toekomst van burger-/overheidsparticipatie?

Iets heel anders: het verhaal van de gemeente Uden. Samen met burgers uit de gemeente is een visie op Uden in 2020 ontwikkeld. Er is toen geen uitvoeringsprogramma gestart vanuit de gemeente – vanuit de gedachte dat de visie die er lag, vanuit de gemeenschap gestart was en dus ook door die mensen verder getrokken kon worden. Bij het aantreden van de nieuwe Raad na de verkiezingen in 2014 is met de nieuwe Raad besloten om een G1000 te organiseren om de prioriteiten voor de nieuwe bestuursperiode te stellen. Uit die twee sessies een groep van een paar honderd betrokken burgers opgestaan die nu zelf aan de slag zijn met zo’n 41 projecten, die soms wel en soms niet de betrokkenheid van de gemeente vragen. En ook daarbij botsen de ‘oude wereld’ van vergunningen en systemen met de ‘nieuwe wereld’ van sociale initiatieven. De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich nu ook verder: niet in hokjes, maar in het verder helpen van initiatieven. Politiek is het ook wel erg spannend: hoe verhouden Raad en college zich tot alle initiatieven? In de discussie werd verwezen naar dit filmpje van de onvolprezen Marije van den Berg: Democratisch Zuivere Koffie. 

Er is ook nog een diversiteitsagenda vermoed ik….

Intrigerend vond ik vandaag de man-vrouw verhoudingen. Bij het plenaire deel: allemaal mannelijke sprekers van boven 50. Bij de workshops ook bijna alleen maar mannen. 70% van de zaal netjes in blauw pak. En 70% van de zaal man. Terwijl 70% van de mensen die in het sociaal domein werken vrouw zijn. Hoe komt dat toch?

Bericht uit Barcelona

Barcelona, en het is buiten 23 graden en de zon schijnt. Ik merk er weinig van, zit binnen in een ruimte met slechte air-conditioning waardoor ik langzaam een kou oploop. En toch heb ik het reuze naar mijn zin! Ruim 400 mensen van sociale diensten uit heel Europa zijn hier bij elkaar om ervaringen uit te wisselen tijdens de ESN conferentie. Plenaire sessies worden afgewisseld met workshops waarin de praktijk aan bod komt en je met elkaar in gesprek kunt gaan. Ondanks dat we in verschillende wettelijke en maatschappelijke contexten werken is er voldoende dat ons bindt. Terugkerend thema (net als op de Divosa congres) is het omgaan met de verwachte mega-bezuinigingen als gevolg van de crisis. Sprekers noemen het steeds, maar hoe moet je het oplossen? Die vraag blijft steeds in de lucht hangen. Niet onterecht, immers, het zijn politieke keuzes. Maar het maakt wel dat men tussen hoop en vrees blijft hangen en de onzekerheid overal lijkt soms te verlammen. Een van de sprekers die wel duidelijk antwoord geeft op de vraag – waar zou je wel of niet moeten bezuinigen, is professor Gesta Esping-Andersen. Hij heeft onderzocht hoe je het beste de positie van kinderen die in armoede opgroeien kan verbeteren. In alle westerse landen is die armoede het grootst onder migranten. Om zijn onderzoek kort samen te vatten: zorg ervoor dat vrouwen aan het werk gaan en dat hun kinderen in hoogwaardige kinderopvang terecht komen, vooral in de leeftijd tot 6 jaar (dus vóór de basisschool). Dit is essentieel voor vrouwen en kinderen uit andere landen, het is de start van integratie en met die goede start maken ze een goede kans om daarna mee te kunnen. Vrouwen aan het werk krijgen betekent een afname van 400% in armoede onder kinderen. Gecombineerd met hoogwaardige kinderopvang betekent het dat kinderen vanaf een zeer jonge leeftijd leren leren, kunnen omgaan met structuren, de taal machtig worden, kortom, ze beginnen de basisschool zonder de enorme achterstanden die ze nu hebben. De moeders doen via de kinderopvang ook kennis op over opvoedingskunde en ze leren andere vrouwen kennen, die ze van steun kunnen zijn. Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat het na de zesde jaar niet meer goed komt. Alle inspanningen ten spijt, je bent dan gewoon te laat.

En wat doen we in Nederland? Bezuinigen op kinderopvang. Vrouwen met kinderen jonger dan vijf jaar vrijstellen van sollicitatieplicht als ze een bijstandsuitkering ontvangen. Schooltijden zo inrichten dat je een normale baan niet kan combineren met kinderen zonder logistieke nachtmerries. We kijken vrouwen met kleine kinderen die wél werken met de nek aan. Kortom, misschien moeten we eens wat andere prioriteiten gaan stellen wat participatie en integratie betreft?