De guru van deze tijd: Ricardo Semler. Interessant, maar klopt zijn analyse?

Ik loop een beetje achter met de Tegenlicht documentaires, maar ben goed aan het inhalen! Vandaag die van vorige week gezien over Semler. Nu moet ik wel zeggen, als iedereen aan het dwepen gaat (en dat is met Semler heel erg het geval) word ik argwanend. Hypes zijn niet mijn hobby, zal ik maar zeggen. Maar op sommige punten ben ik het wel met hem eens.

Uit het hart gegrepen is zijn analyse van de effecten van de versmalling van de definitie van normaal. Steeds meer gedrag wordt als ziekte gezien – waardoor steeds grotere groepen mensen in de problemen komen. Want normaal betekent acceptatie, en zoals hij aangeeft: wij zijn sociale (“tribal”) wezens. Als je bent voor een verbreding van normaal zoals Semler, dan ben je tevens grote voorstander van diversiteit, en dat is hij zeker. Het argument daarvoor in het bedrijfsleven verwoordt hij mooi: het is de enige manier om ‘aangehaakt’ te blijven bij de samenleving en dus om duurzaam te ondernemen. Ook herkenbaar vond ik zijn pleidooi voor een herwaardering van verrassing en mysterie, voor het accepteren dat de wereld niet eindeloos maakbaar is en dat dat nou net het mooie van dit leven is: dat het anders loopt dan je had verwacht.

Minder sterk is zijn idee van dat dit tijdperk uniek is in haar zoektocht naar wijsheid en de beantwoording van de essentiële levensvragen (waarom ben ik hier? Wat is de zin van het leven?). Dat zijn de oude vragen van de filosofie en al meer dan 3000 jaren de hoofdbrekens van de mensheid. Dat is niet specifiek aan deze tijd.

Zijn kritiek op het kapitalisme als veroorzaker van extreme onevenwichtigheid snijdt hout, al blijft het lastig dat hij zelf zo enorm van het kapitalisme geprofiteerd heeft, daar springt hij wat makkelijk overheen. Zijn pleidooi voor meer intuïtie en subjectiviteit vond ik ook niet overtuigend – ik werk in een politieke organisatie en daar heb je eerder een overdosis ervan :-).

Een ander vreemd argument. Al die hedendaagse enorme monopoliën (Apple, Google, Facebook) zouden zijn ontstaan omdat alleen de allerslimsten er mochten komen werken. En al die allerslimsten zouden een soort sekte zijn, die zo wereldvreemd zijn dat je per definitie hierdoor gedrochten van bedrijven krijgt. Die stelling is nergens onderbouwd, de beslissers in het bedrijfsleven zijn eerder gemiddeld dan hoog intelligent blijkt uit onderzoek. En vanuit Semler’s pleidooi voor meer intuïtie zou ik zeggen: kom een dag langs op een www.mensa.nl bijeenkomst en je ziet vanzelf dat dit niet waar kan zijn: er is ook onder deze groep een enorme diversiteit aan denken en doen aanwezig.

Maar hij zet je wel weer aan het denken, die Semler. Dus kijk toch: http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/08-02-2015/VPWON_1232874 en laat me weten wat je er van vond.

Leven en overleven in een criminele omgeving

Ja Zuid-Afrika is prachtig. Dat zag ik afgelopen maand weer tijdens mijn vakantie en ik heb er enorm van genoten. Maar het heeft ook gebieden waar criminaliteit enorm is – en twee goede vrienden wonen daar midden in (Johannesburg). Hoe overleven ze daar?

Net als bij eerdere bezoeken valt op hoeveel beveiliging er overal is: hekken, camera’s, overal alarm systemen gekoppeld aan ‘armed response’ – bewapende beveiligers komen aanvliegen als de alarm afgaat. Want de politie reageert niet en is corrupt, houdt je aan voor niet-bestaande niet-betaalde boetes maar lost nauwelijks iets op. Inmiddels is zo’n 70% van de jongeren werkloos en samen met de niet aflatende influx immigranten uit vooral Mozambique en Zimbabwe ontstaat er een kruitvat dat op ieder moment van de dag af kan gaan. Een vriend is verhuisd nadat er drie keer in een jaar tijd bij hem is ingebroken. Een vriendin gaf aan dat al haar vrienden en kennissen wel een keer een hijack hebben meegemaakt: je wordt in je auto overvallen en er kan dan van alles gebeuren…

Dus hoe overleef je dan? Dochter van vriendin rijdt naar de universiteit met scalpel (ze is medisch student), paintgun zichtbaar (ziet er net echt uit) en tazer (stootwapen). Ze gaan niet uit: hun sociale leven speelt zich thuis af, of bij vrienden thuis. Waarbij er vaak een overnachting aan vastzit, want ‘s-nachts rijden in het gebied waar ze woont is niet aan te raden. En ze woont niet in een krottenwijk, maar in een betere woonwijk waar iedereen minstens twee auto’s en een zwembad heeft.

Er zijn wel lichtpunten, zoals een vriend aangaf die in veel steden in Zuid-Afrika en in de VS en Nederland heeft gewoond. Hij is niet van plan om te vertrekken, want dit is wel de plek waar het allemaal gebeurt. Een deel van Soweto is op weg om het veiligste deel van Johannesburg te worden, en er ontstaat daar ook een cultureel en sociaal leven dat kan wedden met hoe gebieden als Berea of Melrose dertig jaar geleden de toon zette. En Johannesburg blijft de stad waar alles kan: het economisch hart van heel zuidelijk Afrika biedt veel mogelijkheden. Dus ik ga volgende keer lekker in Soweto blijven denk ik, en wat meer zien van de bloeiplekken. Want ondanks alles blijft Johannesburg een fascinerende stad.

#Creativiteit is collectief – of niet?

In de ‘Mind’ editie van Scientific American deze maand een interessant artikel over creativiteit. ‘Creativity is collective’ staat er met dikke letters. Ik was gelijk gegrepen. Groepsprocessen kunnen juist dodelijk zijn voor creativiteit, is de geldende wijsheid. ‘Groupthink’, dogma’s en sociale druk zijn niet bepaald bevorderlijk voor het bedenken van iets nieuws. Ook in ons boek www.veldgidsvertrouwen.nl hebben Frans en ik aangetoond hoe hele hechte groepen steeds meer in zichzelf gekeerd raken en het vermogen om te innoveren daarmee kwijtraken, mede omdat alle invloeden van buitenaf worden geweerd. Dus hoe zit het dan?

Het artikel geeft eigenlijk een heel genuanceerd beeld. Creativiteit heeft een voedingsbodem nodig. Je moet met andere mensen kunnen sparren.  Ideeën verfijnen zich vaak door interactie met anderen. Ook heb je een stuk steun nodig van gelijkgezinden, die je aanmoedigen om door te gaan ook als het tegenzit.

Verder blijkt die groepsdruk ook wel iets in mensen aan te wakkeren uit een soort van rebelsheid: je sociale identiteit bepaalt de norm, en creativiteit zit vaak juist in het net afwijken van die norm. Je moet als het ware iets hebben om je tegen af te zetten, en dat is vaak nou net die vervloekte groep!

Wat niet in het artikel stond, maar waar ik gelijk aan moest denken, is het concept van ‘loose coupling’ van Karl Weick. Weick gebruikt deze term om te beschrijven hoe systemen met hun omgeving in verbinding kunnen staan. Enerzijds is er de groepsrealiteit (een theorie van hoe de wereld werkt), anderzijds is er de materiële realiteit (de wereld in het echt). Deze kunnen alleen naast elkaar bestaan als er een ‘loose coupling’ is, een losse verbinding, die flexibel genoeg is om de groep met de wereld te laten werken, zonder dat de groep uit elkaar valt en zonder dat de wereld een zinloos geheel lijkt. Later is dit concept veel gebruikt in theorieën over hoe netwerken werken: dat is veelal ook een vorm van ‘loose coupling’.

Creativiteit heeft ook zo’n ‘loose coupling’ nodig. Het zijn die losse verbanden die juist creativiteit stimuleren, omdat je in dat netwerk meer kans hebt om gelijkgezinden te vinden die je verder helpen, zonder dat je je eigen groep gelijk hoeft te verlaten.

Het hele artikel in ‘Mind’ heb ik hier ingescand: mind_1

Drie maanden brainstormen


Bestuurswerk is vaak inspirerend. Deze week voor mij helemaal.

Ik ben bestuurslid bij een kleine kunstinstelling (3,7 fte betaalde krachten, tientallen vrijwilligers en heel veel fans). Als gevolg van alle bezuinigingen zijn zij zich opnieuw aan het uitvinden. De manier waarop dat gaat vind ik vermeldenswaardig. Gisteravond mocht ik weer aanschuiven bij een van de sessies waarin het besproken wordt en ik kwam er helemaal opgeladen vandaan. Hoe dat komt? De manier waarop ze dit aan het doen zijn is een kunstwerk op zichzelf.

Er zijn gedurende een periode van drie maanden gesprekken georganiseerd tussen staf, vrijwilligers, bestuur en mensen van buiten. De uitnodiging is open: wie kan, schuift aan. Vaste factor in het geheel is de directrice en een van de vrijwilligers. Voor de rest kent iedere bijeenkomst eigenlijk een andere samenstelling. Het gesprek verloopt organisch. De eerste sessies zijn vooral geweest over een artistiek concept. Die begint nu langzaamaan wat te stollen en gaan de gesprekken vooral over hoe dat vorm moet krijgen, en hoe je daar een solide business van kunt maken. Tijdens ieder gesprek komen ook allerlei leestips over tafel, iedereen is zich nu ook suf aan het lezen (zowel digitaal als analoog).

Waarom is dit zo leuk? Een aantal redenen:
· Ik ken maar weinig organisaties die mensen van buiten uitnodigen om met ze te reflecteren over hun missie en visie: die wordt eigenlijk bijna altijd vastgesteld door interne mensen. Met mensen van buiten de organisatie levert het nieuwe input en inspiratie op.
· Het zijn ook echte brainstorms. ‘Ja, maar’ wordt ogenblikkelijk gecorrigeerd naar ‘ja, en’. Mensen luisteren naar elkaar en vragen door. Ideeën worden niet afgewezen, je ziet tijdens het gesprek wel wat aan het aanslaan is omdat het energie oplevert.
· De gesprekken gaan van abstract naar concreet en weer terug op een hele natuurlijke manier. Dat is prettig omdat abstracte concepten ter plekke een vertaling krijgen, en de praktijk van betekenis wordt voorzien.
· Het is een multi-disciplinair gezelschap, bestuursleden zijn veelal niet afkomstig uit de sector en brengen dus ervaring uit andere disciplines met zich mee.
· De verslagen van de sessies worden niet tussendoor gepubliceerd. Daardoor blijven ze ‘intact’: er komt niet nog een kritische noot erover heen bij de volgende sessie.
· Er is geen agenda met planning, alleen een tijd van aanvang. Het eindigt als de discussie klaar is.
· De sessies worden goed voorbereid: wie komt er van buiten, waarom is hij/zij uitgenodigd is vooraf duidelijk.

Ben benieuwd of dit ook op andere plekken te doen is?

Motivatie? Hoe?

Management lectuur  zit vol theorieën over motivatie, en hoe je als manager je medewerkers kunt motiveren. Eigenlijk kan je dat als manager helemaal niet. Mensen motiveren zichzelf. Je kunt wel een omgeving creëren, die het maximaal mogelijk maakt om die motivatie aan te boren. Bijgaand filmpje op YouTube zet wat dingen op een rij. Mensen hebben autonomie nodig, de ruimte om zelf te bepalen wat ze gaan doen. Verder willen ze graag een uitdaging, en ze willen graag iets echt goed kunnen doen. En: het moet zin hebben, ook de organisatie waarvoor ze werken moet zin hebben, een bijdrage leveren aan de maatschappij.

Het filmpje is maar 10 minuten en in het Engels maar de cartoons erbij zeggen het eigenlijk allemaal! Kijk hier