Vooruit kijken! Vooruit doen! Verslag van het #VNGKING jaarcongres

Waar gaat het heen met het sociaal domein? Vandaag was ik op het VNG-King congres met als titel ‘De toekomst is Nu!’. Een ochtend vol futurologen die vooral vertelde dat de toekomst niet te voorspellen valt, maar dat je wel moet blijven dromen, want anders komt er niets van de grond. Ik ga zeker het boek van Daan Quakernaat bestellen ‘Ga kathedralen bouwen’. Kijk even op zijn website, daar staat al voldoende stof tot nadenken: http://www.quakernaat.com/

Hoe moet het verder met de decentralisaties?

‘s-Middags een workshop gevolgd van Jos van der Lans en Pieter Hillhorst waarbij hun nieuwste publicatie werd uitgereikt ‘Nabij is beter II – Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties’. Hun aanbevelingen zijn ook digitaal te lezen vanaf morgen (dus nu nog even geen link). Wat mij bij bleef is dat ook zij een pleidooi hielden om te investeren in het ontwikkelen van het leervermogen van de wijkteams (ik heb hier eerder over geblogd, zie resultaatgericht sturen). Veel voorbeelden kwamen voorbij van gemeenten die steeds integraler werken, op velerlei manieren: door mensen bij elkaar te zetten in dezelfde kamer, door bij elkaar op bezoek te gaan. Dat begint wel goed te lopen. Er is nog veel ruimte om ‘de expertise naar voren’ te organiseren. Dus niet doorverwijzen naar een specialist, maar de specialist vragen om de betrokkenen (ouders, wijkteamleden, leraren) te helpen om te gaan met de problemen van het kind.

Een onderwerp waar er maar weinig voorbeelden van waren in de zaal was het onderwerp ‘collectivisering’. Als gemeente zijn we geneigd alles per individu (‘maatwerk’, ‘eigen kracht’ ) op te pakken. Terwijl mensen bij elkaar zetten die eenzelfde problematiek hebben juist heel krachtig kan zijn. De platforms die dan ontstaan zijn niet voorspelbaar. Maar de voorbeelden die er wel zijn (Autisme-café, vereniging van pleegouders, allerlei ‘lotgenoten’ platforms) geven voldoende aanleiding om te denken dat er hier meer mogelijkheden zijn dan die we nu zien. Willen we dat als gemeente aanwakkeren, moeten we afstappen van het idee dat maatwerk per definitie individueel is. Maatwerk kan juist ook heel goed collectief.

Is Uden de toekomst van burger-/overheidsparticipatie?

Iets heel anders: het verhaal van de gemeente Uden. Samen met burgers uit de gemeente is een visie op Uden in 2020 ontwikkeld. Er is toen geen uitvoeringsprogramma gestart vanuit de gemeente – vanuit de gedachte dat de visie die er lag, vanuit de gemeenschap gestart was en dus ook door die mensen verder getrokken kon worden. Bij het aantreden van de nieuwe Raad na de verkiezingen in 2014 is met de nieuwe Raad besloten om een G1000 te organiseren om de prioriteiten voor de nieuwe bestuursperiode te stellen. Uit die twee sessies een groep van een paar honderd betrokken burgers opgestaan die nu zelf aan de slag zijn met zo’n 41 projecten, die soms wel en soms niet de betrokkenheid van de gemeente vragen. En ook daarbij botsen de ‘oude wereld’ van vergunningen en systemen met de ‘nieuwe wereld’ van sociale initiatieven. De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich nu ook verder: niet in hokjes, maar in het verder helpen van initiatieven. Politiek is het ook wel erg spannend: hoe verhouden Raad en college zich tot alle initiatieven? In de discussie werd verwezen naar dit filmpje van de onvolprezen Marije van den Berg: Democratisch Zuivere Koffie. 

Er is ook nog een diversiteitsagenda vermoed ik….

Intrigerend vond ik vandaag de man-vrouw verhoudingen. Bij het plenaire deel: allemaal mannelijke sprekers van boven 50. Bij de workshops ook bijna alleen maar mannen. 70% van de zaal netjes in blauw pak. En 70% van de zaal man. Terwijl 70% van de mensen die in het sociaal domein werken vrouw zijn. Hoe komt dat toch?

Nieuwe vormen van contractering in het sociaal domein geven burgers een belangrijke rol

Veranderingen in beleid betekenen ook nieuwe financiële verhoudingen in het sociaal domein. Nieuwe vormen van inkoop doen hun intrede.

Van oudsher hebben gemeenten gewerkt met twee inkoop vormen: subsidiëren (waarbij je vooral regelt dat een voorziening beschikbaar is) en aanbesteden (waarbij je het beste voor je geld uit de markt probeert te halen). Afgelopen jaren kwamen daar wat creatieve vormen bij. In de ruimtelijke hoek kwamen verrassende uitkomsten door creatiever om te gaan met de eisen die vooraf worden gesteld. In plaats van gedetailleerde bestekken wordt vooraf het bedrag vastgesteld en het minimum aan resultaat dat daarvoor gerealiseerd moet worden. Partijen worden dan beoordeeld op wat ze dan bovenop dat minimum voor elkaar weten te krijgen. In de sociale hoek is er inmiddels ruime ervaring opgedaan met bestuurlijk aanbesteden, waarbij er met een grote groep partijen in dialoog tot overeenkomsten wordt gekomen.

In het themanummer ‘Maatschappelijk aanbesteden’ van ‘Tijdvoorsamen’ een handzaam overzicht van wat er op dit terrein aan het bewegen is in het sociaal domein. Volop voorbeelden van gemeenten die nieuwe manieren opzoeken om tot contracteren te komen. Nieuw hierin is dat burgers een prominente rol krijgen in het proces. Ook de dialoog met de partijen in de wijk is een essentieel onderdeel van het proces. Hieronder voor mij de belangrijkste lessen:

  • Kies een schaal waarop het te overzien is, dus buurten van maximaal 25.000 bewoners. Per buurt kan je dan afspraken maken die echt maatwerk zijn.
  • Start met het formuleren van de eisen samen met bewoners en (sociaal) ondernemers uit de wijk. Leg ze dus niet vooraf eisen op maar begin met een open dialoog.
  • Laat bewoners mee selecteren in wie wat gaat doen. En wees erop voorbereid: ze zijn vaak kritischer dan de gemeente, meer kostenbewust en spreken daarna ook de gecontracteerde partijen aan.
  • Weest bewust van de juridische regels – maar zoek daarin ook de ruimte op.
  • Neem politiek en bestuur vanaf het begin mee. Maatschappelijk aanbesteden brengt veel politieke dilemma’s met zich mee.
  • Focus op het creëren van publieke waarde. Waarde die inclusief is en democratisch gelegitimeerd.
  • Keep it simple! Teveel eisen betekent dat partijen die waarde kunnen toevoegen worden uitgesloten.
  • Als je met consortia afspraken wil maken: zorg voor een onafhankelijke partij die ze verbindt. Anders krijg je toch machtsstructuren en hiërarchie in plaats van echte samenwerking.
  • Een andere rol van de gemeente: ga ‘regileren’: organiseer het leren van en met elkaar.

Meer hierover op de website http://www.maatschappelijkaanbesteden.nl/.

Het boekje is te downloaden : www.tijdvoorsamen.nl

 

 

 

Lessen uit Lissabon ESN conferentie -2/ Samenwerken

Dit is mijn tweede blogpost over mijn deelname aan de ESN conferentie in Lissabon vorige week.

Het thema van de conferentie was samenwerking, dus veel keynotes en workshops over dit thema. De vraagstukken die veel voorbij kwamen waren in drie thema’s te onderscheiden:

  1. Hoe de samenwerking rondom ‘wicked problems’ aan te gaan zodat het effectief is en niet verlamd raakt door de grootte van het probleem (samenwerken rondom thema’s als armoede, werkloosheid, eenzaamheid; de schier onoplosbare problemen waar al decennia lang mee wordt geworsteld)
  2. Hoe de samenwerking met de private sector vorm te geven als je weet dat technologie zo snel verandert: met wie ga je het avontuur aan?
  3. Hoe de samenwerking met de burger aan te gaan zodat er écht sprake is van inbreng en waardering (dus geen cosmetische consultatie maar echt samenwerken).

Ad 1: samenwerking rondom ‘wicked problems’

De grote problemen van onze tijd vragen heel veel partners om ze op te lossen. En niet alleen heel veel partners, heel veel coördinatie op de activiteiten – je weet immers niet hoe het gaat uitpakken en iedere interventie op een onderdeeltje kan weer vervelend uitpakken op een ander deel. Dus wat te doen? Vanuit Portugal kwam het verhaal van grootschalige platforms waar op basis van gedeeld leiderschap eensgezind naar een doel wordt gewerkt. Cruciaal daarbij zijn monitoring van de effecten: juist om bij te kunnen sturen op die ongewenste effecten. De spreker gaf zelf al aan hoe lastig het is om dit echt efficiënt in te richten: voor je het weet is het vooral een ‘sprekers-platform’ en niet een ‘actie-platform’. Ik raakte niet echt overtuigd, mede omdat ik eerder het boek van Hans Vermaak heb gelezen waarin hij juist aantoonde dat kleinschalige, ‘out of the box’ oplossingen de sleutel zijn. Die kleinschaligheid zit hem in gecoördineerde aanpakken zoals de sociale wijkteams (dus op niveau van de werkers), en in bescheiden doelstellingen (kennisdeling is bijvoorbeeld een sleutel, weten wie wat doet is al winst).

Ad 2: samenwerking met de private sector

Ook hier veel uitdagingen. Technologie gaat nu zo snel, dat iedere keuze voor een bepaalde techniek vandaag, morgen al weer achterhaald kan zijn. Dus met wie werk je samen? En voor hoe lang? Daarnaast is de oude ‘one-stop-shopping’ relatie met ICT leveranciers inmiddels achterhaald: er is niemand meer die alles kan leveren. Dus je neemt allerlei diensten af bij allerlei bedrijven en vervolgens moet je het weer aan elkaar zien te knopen – en daar heb je dan ook weer andere leveranciers voor nodig! Het managen van al deze relaties is een kunst op zich geworden en wordt teveel overgelaten aan de staf afdelingen, terwijl er steeds meer inhoudelijke keuzes er in gebakken worden. Inmiddels zie je veel inhoudelijke kennis bij leveranciers maar die blijven voornamelijk in gesprek met techneuten en inkopers, en dat is jammer. Reden waarom er veel leveranciers aanwezig waren – maar ik merkte maar matige belangstelling vanuit de inhoudelijke mensen.

Ad 3: samenwerking met burgers

De meest inspirerende voorbeelden van samenwerking met burgers kwamen wel van de Belgen. Meerdere voorbeelden waarbij burgers op lokaal niveau betrokken zijn bij het stellen van prioriteiten, bij het invullen van beleid en bij het uitwerken van praktische oplossingen. Vooral dat laatste vond ik mooi: serieus nemen van je inwoners betekent dat je ook erkent dat zij eigenaar zijn van bepaalde oplossingen. Dat ze niet alleen de problemen aandragen, maar ook de oplossingen. Zoals een collega opmerkte, dat kost wel veel inzet vanuit de gemeenten om het op te starten en aan de gang te houden maar ik vond de verhouding inzet – resultaten erg bemoedigend. Ja het kost wat aan menskracht om dingen voor elkaar te krijgen – maar dan heb je ook wat :-).

Bewoners #wantrouwen de #overheid die ze zelfsturend wil laten zijn

Mag ik jullie allemaal attenderen op de geweldige site van www.socialevraagstukken.nl. Een plek waarin er ruimte is voor nuance als het gaat om de herinrichting van het sociaal domein. Een plek waar er ruimte is voor debat: de voors en tegens komen ruimschoots aan bod. Een plek waar er op een publieksvriendelijke manier over wetenschappelijk onderzoek wordt geschreven. Kortom, ik ben fan.

Lees vooral dit laatste artikel over de moeizame relatie tussen overheid en de wens tot zelfsturende burgers met de geweldige kop “Bewoners wantrouwen overheid die ze de regie wil geven”. http://www.socialevraagstukken.nl/site/2015/04/22/professionele-drukte-en-argwanende-bewoners-vereisen-ruimte-om-te-leren/.

Ik moest gelijk denken aan wat ik vaak hoor van burgerinitiatieven over hun ontstaansredenen. Waarom zijn ze ooit begonnen? Vanwege een gebrek aan vertrouwen in de overheid om iets op te lossen…..

Wetenschap versus praktijk: de rol van de overheid

Afgelopen week een interessante bespiegelingen gehoord over de veranderende rol van de overheid, en die nieuwe rol van de overheid ook in de praktijk gezien bij het bezoek aan een reeds lang bestaande burgerinitiatief, namelijk de Voedselbank.

Het wordt allemaal nog veel ingewikkelder

Decaan Martijn van der Steen van het NSOB kwam langs om iets over de veranderende rollen van de overheid te vertellen. Het wordt helaas voor ons allen ambtenaren alleen maar ingewikkelder. De ene keer is de klassieke beleidsontwerp nodig, andere momenten prestatiesturing zoals we die uit New Public Management kennen, dan weer is er coproductie met andere partijen (de Publiek-Private-Samenwerking), en op andere momenten is de rol van de overheid faciliterend in het stimuleren van sociaal ondernemerschap. En wat wanneer nu nodig is, is nog niet altijd even duidelijk. Het een komt niet in plaats van de ander, maar er naast. Iedere rol vraagt iets anders van zowel overheid als samenwerkende partijen. En als dat allemaal naast elkaar bestaat roept dat heel veel spanning op: bij burgers en bedrijven omdat de overheid niet meer rolvast is, bij de overheid omdat ze steeds van rol moet wisselen. Meer over deze gedachten is hier te lezen: http://www.nsob.nl/2014/08/leren-door-doen-overheidsparticipatie-in-een-energieke-samenleving/

De praktijk? Die is minder ingewikkeld

En dan ben ik bij mijn wekelijkse praktijkbezoek bij de Voedselbank langs geweest. Een vergeten burgerinitiatief – ze bestonden al lang voordat er een bibliotheek werd gestart door burgers in Rotterdam West. Hebben die nu last van een teveel aan regelgeving van de overheid? Welnee. Ze zijn hard bezig de HACCP normen te behalen in al hun vestigingen, omdat ze hiermee de voedsel veiligheid beter kunnen garanderen – en dat betekent ook meer kans op donaties. En hun verhouding met de overheid? Die is ook een mengvorm. Ze worden gefaciliteerd als het gaat om locaties en in de verhouding met de buurt (niet iedereen zit te wachten op honderden bezoekers die wekelijks een pakket komen halen). Daarin zie je de rol van faciliterende overheid. Maar ze krijgen ook een kleine subsidie van de overheid, en daarin worden afspraken over aantallen gemaakt die via kwartaalgesprekken worden gemonitored. Daarin is er weer sprake van de presterende overheid. En eigenlijk vindt iedereen dat volkomen normaal.

Wat weer een stukje relativeert van de probleemstellingen van de hoogleraar 🙂

Het is niet goed of het deugt niet: het dogma van eenzaamheid

De huidige generatie ouderen is rijker dan ooit: zowel wat vermogens betreft als inkomen, dit is de rijkste 65+ groep die er ooit in Nederland is geweest. Dat zien ondernemers ook, en er ontstaan de mooiste diensten. Naast de organisaties die huishoudelijke hulp voor je regelen nu de overheid dat niet meer doet is er natuurlijk veel meer. Zo zijn er inmiddels aardig wat bedrijven die betaald gezelschap regelen voor ouderen die eenzaam zijn. In plaats van dat de ouderen een beroep doen op buren en familie (zoals het kabinet ons inpepert), trekken die gewoon de portemonnee en huren iemand in. Kinderen blijken dit soort diensten voor hun ouders in te kopen omdat ze er zelf de tijd niet voor hebben of te ver weg wonen. Er zijn bedrijven die dit allemaal voor je kunnen regelen. Geweldig toch?

Nee hoor, vindt Mezzo, de belangenvereniging van mantelzorgers en vrijwilligers. Die vinden principieel dat je dit soort diensten niet als vervanging van mantelzorg mag zien en het ook niet zo mag noemen. Huh? Dit is dezelfde organisatie die er steeds op hamert dat mantelzorgers overbelast zijn. Nu is er een mogelijkheid om het op te lossen, is het nog niet goed. Ook de ANBO heeft er moeite mee, omdat het ideologisch niet klopt: “’het voelt raar om te moeten betalen voor gezelschap. In de ideale maatschappij zou deze behoefte door familie, kennissen en buren vervuld worden.”

Dogma’s zijn onderwerpen die niet ter discussie mogen worden gesteld. Zoals hierboven blijkt is het dogma: eenzaamheid is alleen op te lossen met familie, kennissen en buren.

Beste Mezzo en ANBO. In de ideale maatschappij vult iedere ouder zijn behoefte aan gezelschap in op de manier zoals hij/zij dat wil. Betaald of niet. Met of zonder familie en buren.

Het hele artikel hierover staat op : http://www.volkskrant.nl/dossier-zorg/duizenden-ouderen-willen-betalen-voor-gezelschap~a3765238/

Omgaan met vrijheid is zo makkelijk nog niet #decentralisaties #hnw #sociaaldomein

Deze week twee inspirerende lunch afspraken gehad (op dezelfde terras, namelijk van http://www.vischzaak.nl/, een aanrader als je ooit in Den Bosch bent).

De eerste afspraak was met Marije van den Berg, pionier van Stadslab in Leiden en dwarsdenker /friskijker zie http://www.whiteboxing.nl/. We hebben het vooral over governance in het sociaal domein vanaf 2015 gehad. Is de gemeenteraad wel toegerust om haar kaderstellende en controlerende rol op te pakken als het om de decentralisaties gaat? En zo ja, hoe moeten ze daar invulling aan geven dan? De praktijk tot nu toe wijst uit dat raden zich eigenlijk nog helemaal geen raad weten met hun nieuwe rol. Al pratend kwamen we uit op twee richtingen om hiervoor oplossingen te zoeken.

De eerste is gelegen in de structuur van het sociaal domein zelf: hoe zou je het zo kunnen inrichten, dat er governance van onderop ontstaat (dus op de werkvloer) in plaats van bovenaf (de gemeenteraad)? Dat is een essentiële vraag, want een van de redenen om te decentraliseren was om juist meer ruimte te creeëren voor maatwerk op de werkvloer zelf, om professionals te bevrijden van de keurslijf aan regels en protocolfetishisme waar ze nu in zitten. Ze zitten nu vast op de hoogvlakte (zie www.veldgidsvertrouwen.nl), alles is ingeregeld, vastgelegd en in gedetaillleerde procesbeschrijvingen gegoten. Dat gaat op den duur knellen, en dat is wat je nu veel hoort.

Marije wees mij op een rapport van het Wetenschappelijk Bureau van de CU over de coöperatie maatschappij (http://wi.christenunie.nl/cooperatiemaatschappij). Ik citeer: “De coöperatiemaatschappij is het toekomstideaal. Want het goede leven ontstaat in coöperatie: in een samenwerking waarbij ieder zijn talenten inbrengt. Daarbij is er voor alle maatschappelijke partners een rol: voor burgers en gemeenschappen, ondernemers, professionals en organisaties, ambtenaren en overheden. “ Dus hierbij stappen we af van het idee dat de overheid bepaalt en betaalt. Wat ook weer een nieuw perspectief biedt voor de rol van de raad: die kan wel sturen op het ontstaan van dit soort samenwerking. Dat is heel wat anders dan telkens de wethouder ter verantwoording roepen over wachtlijsten of incidenten.

De tweede manier om ‘van binnen uit’ die governance te regelen, is het sturen op het lerend vermogen van het veld. Want laten we wel wezen, de gouden jaren van de zorg zijn voorbij. De enige manier om wel goede zorg te bieden voor minder geld is gelegen in innovatie, en in het toepassen daarvan. En vooral dat laatste, daar heb je op de werkvloer lerend vermogen voor nodig. Marije is daar heel simpel in: als je nou gewoon iedereen die tijd hiervoor krijgt, wekelijks laat opschrijven wat ze geleerd hebben, kan je dat gaan aggregeren en krijg je vanzelf een goed beeld van of er wat geleerd wordt of niet. De monitoring hiervan is dus niet het probleem, wel het ontwikkelen van stuurvermogen hierop.

Later die week had ik een gesprek met Arthur Kruisman, nog zo’n dwardenker / friskijker (“Doen is de beste manier van denken”) http://arthurkruisman.wordpress.com/ . En dat ging eigenlijk wel weer heel veel over lerend vermogen.

Arthur ken ik van de tijd dat ik kennis maakte met Het Nieuwe Werken, op dit moment geeft hij workshops ‘Ruimte @ Work’ waarbij mensen aangespoord worden om de ruimte die er ontstaat als gevolg van het nieuwe werken, daadwerkelijk te pakken. Want het blijkt dat maar weinig mensen weten om te gaan met die vrijheid. Dat geldt niet alleen voor het tijd- en plaats onafhankelijk werken, maar ook met het zelf bepalen HOE je de afgesproken resultaten gaat halen – er ligt daar een wereld wagenwijd open die niet gezien wordt. Dus mensen blijven overal toestemming voor vragen en overtuigd dat iets niet kan – omdat het er niet is, zal het wel niet mogen. Dat soort gedachten. En die zijn natuurlijk funest voor het lerend vermogen die nu net zo belangrijk is.

Met Arthur heb ik ook vreselijk gelachen over zijn ervaringen met het Consultatie Bureau. Als er een bureau Bureaucratisch is, is dat het wel. En toch gaat iedereen er braaf heen. Je hebt er niks aan, gaf hij toe. Toch gaat hij er ook gewoon heen. Omdat het wel zal moeten. En de consultatiebureaus hebben het ‘preventie’ aureool aangemeten gekregen – zij zijn dus onaaantastbaar geworden. Want jeugdzorg moet het hebben van ‘preventie’ en ‘signalering’, en alles wat dat doet is heilig.

Als er nou eens in een wijk een groep mensen zelf die consultatiebureau taak zou gaan organiseren (samen met de GGD), voor de mensen die het echt nodig hebben, in coöperatievorm, en al lerende kijken wat er dan gebeurt – ik ben benieuwd wat daar dan uit zou komen.

Ontwikkelingen binnen sociale diensten (1)

Divosa, de vereniging voor managers binnen sociale diensten, houdt jaarlijks een congres. Deze en de volgende blog gaan in op wat ik daar heb meegemaakt.

Aangezien ik de avond ervoor bij een raadsvergadering was, heb ik de opening van het congres gemist maar was wel op tijd voor de tweede spreker, trendwatcher Carl Rhode, van www.scienceofthetime.com. Wereldwijd zijn er ‘coolhunters’ die bijhouden wat hun inspireert, intrigreert en wat ze als toekomstpotentieel zien. Carl combineert dit met literatuuranalyse om zo inzicht te krijgen in wat ons te wachten staat.

Volgens Carl blijft globalisering voorlopig een belangrijke trend. Sociaal-economisch is de impact het grootst voor de middenklasse, die het steeds moeilijker krijgt. De elite van kennistechnocraten en hoogopgeleiden gaat er op vooruit. Tot zover niets nieuws. Wat wel steeds duidelijker wordt is dat er in de rijke landen een behoorlijke onderklasse ontstaat, die maar net weet te overleven, een hele uitdaging voor sociale diensten dus.

Heersende emoties van nu zijn wantrouwen en boosheid. De wantrouwen naar de bancaire sector in de crisis is overgeslagen naar alles wat met het kapitalisme te maken heeft. Zowel de slachtoffers van de recessie als de mensen die erdoor bedreigd worden, zijn boos. Solidariteit brokkelt af, maar we missen het wel.

Wat inspireert dan de ‘coolhunters’ op een positieve manier in deze angstige tijden? Integreit, rechtvaardigheid, empathie, compassie. Voorbeelden van empowerment van die onderklasse, mensen die toch manieren vinden om mee te doen terwijl je het niet verwacht. Verhalen als die van de jonge die een helicopter bouwde uit onderdelen uit de afvalberg naast zijn deur met dank aan de informatie op internet. Hoe mobiele telefonie Afrikaanse dorpen met elkaar heeft verbonden. Het kan wel! Yes we can!

Maar hoe dat wel kan, hoe we die solidariteit opnieuw vorm moeten geven, is bij de nieuwe generaties behoorlijk anders. Ze groeien op met onzekerheid van modern gezin (een of twee ouders en niet continu), en web 2.0: interactie. Interactief op het www bezig zijn zit ingebakken in hun sociale DNA. Ze maken zelf wat ze nodig hebben op het www. Ze verzinnen voor bedrijven de dingen die ze missen. Zo is er bijvoorbeeld een betere helpdesk voor de iphone ontstaan op de fora van een privé-site, www.ilounge.com dan op de website van van Apple zelf. Mensen helpen elkaar, wereldwijd, om elkaars problemen op te lossen en om nieuwe dingen te creeëren. Zelfs boeken komen op deze manier tot stand (bijvoorbeeld ‘We-think’ over dit onderwerp van Charles Leadbetter).

Dit betekent dat er een nieuwe vorm van sociaal cement ontstaat. Sociale diensten maken er tot nu toe niet of nauwelijks gebruik van. Terwijl het wel zo heet, sociale dienst. Toch zijn er legio mogelijkheden om mensen meer zelf de regie te geven met gebruik van het www. Kijk bijvoorbeeld op www.kiva.org, of op www.workpatch.nl. Mooie uitdaging voor sociale diensten om iets van web 2.0 te gaan maken de komende jaren!