Bureacratie heeft een aanzuigende kracht

Binnen de sector waar ik werk is er een ‘aanvalsplan bureaucratie’. Het zegt natuurlijk al genoeg dat het nodig blijkt. Maar ook het aanvalsplan zelf zorgt voor bureaucratie: er moeten lijsten worden bijgehouden, rapportages worden gemaakt, en er is iemand die steeds alles langs loopt.

Zo was ik ook betrokken bij een onderzoek naar de manier waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken worden gevoerd naar aanleiding van een eerdere post, https://angelawerkt.wordpress.com/2014/11/15/wat-is-eigenlijk-het-nut-van-al-die-verplichtte-functioneringsgesprekken/. Dat ging gepaard met een werkgroep natuurlijk, en daar waren ook weer een hoop mensen bij betrokken want ja, draagvlak en zo. En als het woord draagvlak valt, dan weet je dat je als manager altijd de pineut bent.

Rondom een ander belangrijk thema, privacy, is nu een taskforce ingericht. Met stuurgroep, projectgroep, werkgroepen en sub-werkgroepen. Met aandachstfunctionarissen in iedere afdeling. Dat ging mijn medewerkers allemaal wel erg veel tijd kosten dus ging ik op zoek naar hoe dat anders kan. Mijn conclusie na drie gesprekken: ik zal zelf een notitie moeten maken met een nieuw voorstel en die agenderen in het management team. Waar ik ook niet echt tijd voor heb.

Maar wat helpt dan wel? Ik heb besloten om het over een andere boeg te gooien. ‘Wat je aandacht geeft, groeit’. Dus aandacht besteden aan het bestrijden van bureaucratie, maakt dat die bureaucratie weer groeit.

Gewoon negeren die hele handel dus! Eens kijken of dat beter werkt.

Kwijtschelden van schulden loont

Deze week was ik bij het Festival van Bestuurskunde, waar er een boeiende sessie werd gehouden over schuldenproblematiek. Daar kwamen wat onthutsende feiten op tafel:

  • 1 op de 5 Nederlanders worstelt met problematische schulden,
  • 80% hiervan is niet in beeld bij schuldhulpverlening.
  • Er gaat jaarlijks 11 miljard om in het oplossen en tegengaan van schulden.
  • De schuldenberg  waar we die 11 miljard tegenaan gooien, bedraagt 3,5 miljard.

De wijze waarop in Nederland omgegaan wordt met mensen in schulden, is gebaseerd op de aanname dat mensen zelf schuldig zijn aan het maken van schulden en zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen daarvan. Dat maakt dat mensen zich schamen om hiervoor hulp te vragen, en dat hulpverleners met sterke vooroordelen de “schuldigen” tegemoet treden.

Maar hoe zou het wel moeten? Het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden heeft een methode ontwikkeld en past deze inmiddels bij enkele gemeenten toe. Kern van de aanpak:

  • Installeren van een lokaal fonds. Het fonds neemt de schulden over van burgers zodat ze niet langer met verschillende schuldeisers werken maar alleen met één partij: de gemeente.
  • Binnen vier weken na aanmelding herstructureren schulden
  • Duurzaam nazorgtraject met lokale initiatieven: de handleiding hiervoor staat op hun site.

Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar wat armoede doet met de hersens van mensen blijkt ook dat het vermogen om verstandige besluiten verdwijnt bij extreme armoede. Mensen zijn dan alleen aan het overleven. En ook meer dan voldoende aangetoond: straf helpt niet om gedrag te veranderen, beloning wel. En als ik dan kijk naar schuldsanering dan lijkt het toch echt meer op straf dan beloning: je krijgt namelijk jarenlang alleen handgeld om van te leven. Niet echt een motivatie om je aan te melden.

Na afloop bleef ik met die 11 miljard in mijn hoofd zitten en het feit dat we mensen met schulden niet echt een wenkend perspectief weten te bieden. Als we het nu eens echt anders aanpakken? Hier mijn idee:

  • Als mensen zich aanmelden, neemt de gemeente die schulden over, daar staat qua termijn maximaal vier weken voor.
  • Mensen krijgen vervolgens een maatwerktraject waarbij ze werken aan gedragsverandering, dit kan gekoppeld zijn aan de schulden maar ook aan andere levensgebieden.
  • Als beloning voor deze gedragsverandering wordt steeds een deel van de schulden kwijtgescholden.

Zou dat werken? Wat denken jullie? Reacties zijn welkom.

Samen kom je verder: verslag werkbezoek

Hoe gaat het nu in het echt? Ik blijf bij mijn goede voornemen om wekelijks buiten het stadhuis te komen en de praktijk in te duiken. Vaak is dat binnen de gemeente of regio, maar ik kom ook graag bij andere gemeenten om te kijken hoe ze het daar doen. Gisteren was ik op werkbezoek bij de gemeente Alphen a/d Rijn. Zij hebben daar twee opvallende oplossingen geïmplementeerd:

  • Integraal toegang: het serviceplein is de eerste ingang voor alle vragen in het sociaal domein, daarvandaan wordt de burger verder geholpen.
  • Community centra in de wijken waar er een samensmelting heeft plaatsgevonden van de hulp vanuit het oude welzijn, nieuwe WMO-taken zoals dagbesteding en begeleiding en de verplichte tegenprestatie uit de participatie-wet.

Wat viel mij zoal op tijdens de presentaties, werkbezoek en gesprek na afloop?

De gemeente stuurt zoveel mogelijk op outcome (wat is het effect), maar blijft ook kijken naar output (doen we de goede dingen), throughput (doen we de dingen goed) en de inzet van middelen (zijn we zuinig met de belastingcenten). Er is hierbij aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe vormen van risico-beheersing en control: deze blijven nodig maar zijn anders als je op outcome stuurt. Traditionele risico-beheersing en control zit vooral op output en middelen niveau, op outcome niveau is het nog onderontwikkeld. Verder zijn er ‘leertafels’ opgezet, waarbij aan de hand van casuïstiek lessen worden getrokken van hoe het beter kan.

In de community centra (TOM in de buurt) wordt door het combineren van de werkvormen een doorlopende lijn voor burgers mogelijk. Ze komen bijvoorbeeld binnen met een vraag naar dagbesteding, maar als het doel van het traject is bereikt kunnen ze door als vrijwilliger binnen of buiten het centrum of gaan aan het werk. De hulpvormen worden gegroepeerd naar de aard van de vraag van de burger: wat is je droom? De centra functioneren tevens als buurthuis en vrijwel alle doelgroepen worden door elkaar geholpen. De jongere met een verstandelijke beperking blijkt bijvoorbeeld best goed geholpen te kunnen worden door een mede-cliënt met hersenletsel. Dat soort combinaties gaan (ook voor de hulpverleners) verrassend goed. Vanuit het centrum ontstaat met hun werkwijze vanzelf burger initiatief: mensen worden aangespoord om zelf iets te gaan ondernemen, tijdens of na afloop van het doorlopen traject.

De centra werken vrijwel zonder beschikkingen, de voorzieningen zijn als ‘algemeen’ gelabeld. De burger is eigenaar van het plan van aanpak en dat vormt de afspraak die er tussen gemeente en burger wordt gemaakt. Dat levert een enorme besparing op in administratie en bureaucratie en is vermoed ik een belangrijke reden dat er geen wachtlijsten ontstaan.

En het enthousiasme van de werkers in het centrum was erg aanstekelijk! Ik kreeg er weer helemaal zin in.

Vooruit kijken! Vooruit doen! Verslag van het #VNGKING jaarcongres

Waar gaat het heen met het sociaal domein? Vandaag was ik op het VNG-King congres met als titel ‘De toekomst is Nu!’. Een ochtend vol futurologen die vooral vertelde dat de toekomst niet te voorspellen valt, maar dat je wel moet blijven dromen, want anders komt er niets van de grond. Ik ga zeker het boek van Daan Quakernaat bestellen ‘Ga kathedralen bouwen’. Kijk even op zijn website, daar staat al voldoende stof tot nadenken: http://www.quakernaat.com/

Hoe moet het verder met de decentralisaties?

‘s-Middags een workshop gevolgd van Jos van der Lans en Pieter Hillhorst waarbij hun nieuwste publicatie werd uitgereikt ‘Nabij is beter II – Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties’. Hun aanbevelingen zijn ook digitaal te lezen vanaf morgen (dus nu nog even geen link). Wat mij bij bleef is dat ook zij een pleidooi hielden om te investeren in het ontwikkelen van het leervermogen van de wijkteams (ik heb hier eerder over geblogd, zie resultaatgericht sturen). Veel voorbeelden kwamen voorbij van gemeenten die steeds integraler werken, op velerlei manieren: door mensen bij elkaar te zetten in dezelfde kamer, door bij elkaar op bezoek te gaan. Dat begint wel goed te lopen. Er is nog veel ruimte om ‘de expertise naar voren’ te organiseren. Dus niet doorverwijzen naar een specialist, maar de specialist vragen om de betrokkenen (ouders, wijkteamleden, leraren) te helpen om te gaan met de problemen van het kind.

Een onderwerp waar er maar weinig voorbeelden van waren in de zaal was het onderwerp ‘collectivisering’. Als gemeente zijn we geneigd alles per individu (‘maatwerk’, ‘eigen kracht’ ) op te pakken. Terwijl mensen bij elkaar zetten die eenzelfde problematiek hebben juist heel krachtig kan zijn. De platforms die dan ontstaan zijn niet voorspelbaar. Maar de voorbeelden die er wel zijn (Autisme-café, vereniging van pleegouders, allerlei ‘lotgenoten’ platforms) geven voldoende aanleiding om te denken dat er hier meer mogelijkheden zijn dan die we nu zien. Willen we dat als gemeente aanwakkeren, moeten we afstappen van het idee dat maatwerk per definitie individueel is. Maatwerk kan juist ook heel goed collectief.

Is Uden de toekomst van burger-/overheidsparticipatie?

Iets heel anders: het verhaal van de gemeente Uden. Samen met burgers uit de gemeente is een visie op Uden in 2020 ontwikkeld. Er is toen geen uitvoeringsprogramma gestart vanuit de gemeente – vanuit de gedachte dat de visie die er lag, vanuit de gemeenschap gestart was en dus ook door die mensen verder getrokken kon worden. Bij het aantreden van de nieuwe Raad na de verkiezingen in 2014 is met de nieuwe Raad besloten om een G1000 te organiseren om de prioriteiten voor de nieuwe bestuursperiode te stellen. Uit die twee sessies een groep van een paar honderd betrokken burgers opgestaan die nu zelf aan de slag zijn met zo’n 41 projecten, die soms wel en soms niet de betrokkenheid van de gemeente vragen. En ook daarbij botsen de ‘oude wereld’ van vergunningen en systemen met de ‘nieuwe wereld’ van sociale initiatieven. De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich nu ook verder: niet in hokjes, maar in het verder helpen van initiatieven. Politiek is het ook wel erg spannend: hoe verhouden Raad en college zich tot alle initiatieven? In de discussie werd verwezen naar dit filmpje van de onvolprezen Marije van den Berg: Democratisch Zuivere Koffie. 

Er is ook nog een diversiteitsagenda vermoed ik….

Intrigerend vond ik vandaag de man-vrouw verhoudingen. Bij het plenaire deel: allemaal mannelijke sprekers van boven 50. Bij de workshops ook bijna alleen maar mannen. 70% van de zaal netjes in blauw pak. En 70% van de zaal man. Terwijl 70% van de mensen die in het sociaal domein werken vrouw zijn. Hoe komt dat toch?

Hoe in te kopen in het sociaal domein?

Hoe gaan gemeenten om met de inkoop van nieuwe taken in de WMO? Het CPB deed onderzoek en presenteerde vandaag de resultaten. Het was een boeiende seminar – vooral vanwege de Murphy’s Law gehalte. Alles wat fout kon gaan, ging fout. Er was een onduidelijke aanmeldprocedure met lange rijen, een spreker die onwel werd, de geluidsinstallatie sloeg op tilt en middenin een presentatie ging de beamer uit. Zoals gebruikelijk waren de leukste gesprekken echter achteraf bij de borrel (met lauw bier en dito bitterballen).

Marc Pomp (http://www.marcpomp.nl/Wie.html) startte met een betoog over doelmatigheid in de gezondheidszorg. Gemeenten willen graag naar vormen van populatiebekostiging, maar daar zijn wel een aantal randvoorwaarden voor nodig. Belangrijkste: je moet als gemeente je doelstellingen wel helder hebben en ook de gewenste kwaliteit goed kunnen definiëren. Anders krijg je een ‘run to the bottom’ met steeds lagere prijzen en dalende kwaliteit. Alle ins en outs en ervaringen hiermee internationaal zijn te vinden in deze publicatie: https://www.nza.nl/1048076/1048181/Research_paper_Populatiebekostiging_Panacee_hype_of_verkapt_kartel.pdf. Verplichte kost voor iedere gemeente die overweegt met deze financieringsvorm te gaan werken.

Daarna kwamen de resultaten van het CPB onderzoek langs. Er staat een keurige samenvatting in het rapport: http://www.cpb.nl/publicatie/taken-uitbesteed-maar-dan-de-gemeente-als-inkoper-binnen-het-sociaal-domein. Anders dan de titel vermoedt gaat het alleen over de nieuwe taken van de WMO. De ultrakorte conclusie? Onder tijdsdruk hebben de meeste gemeenten in regionaal verband de oude AWBZ bekostigingsvorm (product x prijs) toegepast. Ongeveer 1/3 is met andere vormen aan de slag gegaan. Het rapport is verder wel een handzaam overzicht van alle sturingsknoppen voor inkoop in het sociaal domein en wat dat betreft zeer aan te raden als naslagwerk.

Kritiek uit de zaal kwam op de economische benadering van het CPB – en zij zijn niet de enige die de hele decentralisatie als een bezuinigingsopgave zien. Het ging toch over een andere manier van met elkaar omgaan? Op uitgedaagd worden op wat je als mens wél kan, ook al zijn je mogelijkheden beperkt? Er zit een gedachtegoed achter en die raakt ver op de achtergrond met dit soort analyses.

Bij de discussie na afloop en bij de borrel heb ik lang gesproken met een vertegenwoordiger van de WMO Adviesraad voor jeugdhulp van Utrecht Zuid-Oost. Net als ik mist zij de stem van de cliënt in alle inkoop afspraken die nu gemaakt worden. Geld en technische discussies domineren het gesprek en hoewel er volop in regionaal verband wordt samengewerkt worden er geen regionale platforms ondersteund waarin de stem van de cliënt gehoord wordt. Ik ben blij dat we dit hiaat gaan vullen in onze regio (Noord Oost Brabant) wat jeugdhulp betreft in 2016, maar het is natuurlijk wel twee jaar te laat.

Er is, kortom, nog volop werk aan de winkel.

#Decentraliseren? Centraliseren is juist nodig in het sociaal domein bij gegevensuitwisseling en opleidingen

Gemeenten hebben vanaf dit jaar een hoop nieuwe taken erbij gekregen als gevolg van de nieuwe Jeugdwet en de nieuwe WMO. Vandaag sprak ik erover met enkele collega’s, zowel van gemeenten als van zorgaanbieders. Conclusie? Twee onderdelen hadden helemaal niet aan gemeenten overgelaten moeten worden.

Allereerst is verzuimd om afspraken te maken over gegevensuitwisseling. Voorheen hadden zorgaanbieders te maken met enkele zorgkantoren of een provincie, nu met 393 gemeenten. Dat heeft geresulteerd in een totaal van 145.000 productcodes in het land voor jeugdwet en wmo samen. Gegevensuitwisseling kan niet veilig gebeuren omdat de landelijke standaarden hiervoor nog niet overal werken. Facturatie van geleverde zorg is ook een drama. Gemeenten moeten kunnen vaststellen dat de zorg is geleverd aan een inwoner binnen hun gebied, en zorgaanbieders mogen geen medische gegevens verstrekken. Hoe moet een gemeente nu vaststellen dat er zorg verleend is aan een inwoner? En hoe moet de zorgaanbieder factureren? Er is nu een wetswijziging onderweg die dit gedeeltelijk repareert, maar het is symptoombestrijding. Gegevensuitwisseling zou juist op landelijk niveau gecoördineerd moeten worden om privacy van burgers te waarborgen. En om te voorkomen dat we omkomen in bureaucratie.

Het tweede grote hiaat betreft de kwalificaties van de professionals. Gemeenten hebben in 2015 overal sociale wijkteams opgezet, met generalisten die bij multi-problem gezinnen in staat zijn om meerdere problemen aan te pakken en te regisseren. De professional moet de ruimte krijgen, is het credo – hij/zij moet voldoende mandaat hebben om te doen wat er nodig is. Dat heet professioneel vertrouwen – weten dat iemand het kan en mag oplossen. Maar hoe weet de professional in de wijkteam wat hij/zij moet doen? Veelal komen ze uit een gespecialiseerde instelling, en zijn dus lang nog niet generalist. En wat is nou eigenlijk de beste manier om multi-problematiek aan te pakken? Welke methodiek past het beste bij welke situatie? Het ontbreekt (nog) aan professionele standaarden. Er is geen opleiding, er is geen methodiek. Al zijn alle medewerkers van de sociale wijkteams met de beste intenties aan de slag gegaan, een stuk van de basis is afwezig. En die basis kan niet door 393 gemeenten afzonderlijk gebouwd worden, maar moet op landelijk niveau.

 

Nieuwe vormen van contractering in het sociaal domein geven burgers een belangrijke rol

Veranderingen in beleid betekenen ook nieuwe financiële verhoudingen in het sociaal domein. Nieuwe vormen van inkoop doen hun intrede.

Van oudsher hebben gemeenten gewerkt met twee inkoop vormen: subsidiëren (waarbij je vooral regelt dat een voorziening beschikbaar is) en aanbesteden (waarbij je het beste voor je geld uit de markt probeert te halen). Afgelopen jaren kwamen daar wat creatieve vormen bij. In de ruimtelijke hoek kwamen verrassende uitkomsten door creatiever om te gaan met de eisen die vooraf worden gesteld. In plaats van gedetailleerde bestekken wordt vooraf het bedrag vastgesteld en het minimum aan resultaat dat daarvoor gerealiseerd moet worden. Partijen worden dan beoordeeld op wat ze dan bovenop dat minimum voor elkaar weten te krijgen. In de sociale hoek is er inmiddels ruime ervaring opgedaan met bestuurlijk aanbesteden, waarbij er met een grote groep partijen in dialoog tot overeenkomsten wordt gekomen.

In het themanummer ‘Maatschappelijk aanbesteden’ van ‘Tijdvoorsamen’ een handzaam overzicht van wat er op dit terrein aan het bewegen is in het sociaal domein. Volop voorbeelden van gemeenten die nieuwe manieren opzoeken om tot contracteren te komen. Nieuw hierin is dat burgers een prominente rol krijgen in het proces. Ook de dialoog met de partijen in de wijk is een essentieel onderdeel van het proces. Hieronder voor mij de belangrijkste lessen:

  • Kies een schaal waarop het te overzien is, dus buurten van maximaal 25.000 bewoners. Per buurt kan je dan afspraken maken die echt maatwerk zijn.
  • Start met het formuleren van de eisen samen met bewoners en (sociaal) ondernemers uit de wijk. Leg ze dus niet vooraf eisen op maar begin met een open dialoog.
  • Laat bewoners mee selecteren in wie wat gaat doen. En wees erop voorbereid: ze zijn vaak kritischer dan de gemeente, meer kostenbewust en spreken daarna ook de gecontracteerde partijen aan.
  • Weest bewust van de juridische regels – maar zoek daarin ook de ruimte op.
  • Neem politiek en bestuur vanaf het begin mee. Maatschappelijk aanbesteden brengt veel politieke dilemma’s met zich mee.
  • Focus op het creëren van publieke waarde. Waarde die inclusief is en democratisch gelegitimeerd.
  • Keep it simple! Teveel eisen betekent dat partijen die waarde kunnen toevoegen worden uitgesloten.
  • Als je met consortia afspraken wil maken: zorg voor een onafhankelijke partij die ze verbindt. Anders krijg je toch machtsstructuren en hiërarchie in plaats van echte samenwerking.
  • Een andere rol van de gemeente: ga ‘regileren’: organiseer het leren van en met elkaar.

Meer hierover op de website http://www.maatschappelijkaanbesteden.nl/.

Het boekje is te downloaden : www.tijdvoorsamen.nl

 

 

 

Lessen van Lissabon ESN conferentie 3/ de wandelgangen

Het meest interessante van dit soort conferenties vind ik vaak de gesprekken in de wandelgangen, aan de koffie, bij het diner en aan de bar.

Integratie van dienstverlening kwam natuurlijk heel vaak voorbij, hoe lastig het is om uit de belangen van instituties te stappen. Tegelijkertijd kwam ik een aantal mensen tegen die juist vanuit hun specialisatie succesvol zijn. Zo sprak ik een hele tijd met een Duitse dame die een re-integratie service runt voor psychiatrische patiënten die hun weg terug moeten vinden in de maatschappij. Deze dienst is 40 jaar geleden juist afgesplitst van de psychiatrische instellingen omdat die focus op participatie daar werd gemist: een psychiatrische instelling is voor gericht op genezing / hanteerbaar maken van de aandoening, en veel minder zaken als participatie, zelfstandig leren wonen en werk.

Samen met een aantal mensen concludeerde we dat er een ‘olifant in de kamer’ stond waar niemand het over had: migratie. Heel Zuid-Europa worstelt met de stroom migranten uit Syrië, Libië, Eritrea en andere brandhaarden. Zweden heeft een ruimhartig asielbeleid maar mist een goede opvang programma om mensen een goede start te geven in hun nieuwe land. Duitsland worstelt met opkomende racisme, ook in Nederland een probleem waar omheen wordt gepraat. Switzerland worstelt met een groep Roma waar ze geen grip op krijgen. Hongarije begint met de bouw van een muur. Toch typisch dat het thema ‘migratie’ niet in de keynotes en workshops aan de orde kwam. Wellicht een kans voor volgend jaar als het in Den Haag plaatsvindt?

Ander thema in de wandelgangen was de opzet van de conferentie zelf. De stem van de mensen om wie het gaat wordt node gemist: een vertegenwoordiging van de belangengroepen ontbreekt en er was welgeteld één presentatie waarin een filmpje voorbij kwam met inbreng van de doelgroep zelf. Als we burger participatie serieus gaan nemen zullen we dit soort bijeenkomsten ook echt anders moeten gaan organiseren.

Maar heb ik er wat aan gehad? Jazeker. Zowel wat technologie als burger participatie betreft veel mooie voorbeelden gezien van hoe het wel kan – en her en der contact gelegd met de collega’s die dat voor elkaar hebben gekregen.

Lessen uit Lissabon ESN conferentie -2/ Samenwerken

Dit is mijn tweede blogpost over mijn deelname aan de ESN conferentie in Lissabon vorige week.

Het thema van de conferentie was samenwerking, dus veel keynotes en workshops over dit thema. De vraagstukken die veel voorbij kwamen waren in drie thema’s te onderscheiden:

  1. Hoe de samenwerking rondom ‘wicked problems’ aan te gaan zodat het effectief is en niet verlamd raakt door de grootte van het probleem (samenwerken rondom thema’s als armoede, werkloosheid, eenzaamheid; de schier onoplosbare problemen waar al decennia lang mee wordt geworsteld)
  2. Hoe de samenwerking met de private sector vorm te geven als je weet dat technologie zo snel verandert: met wie ga je het avontuur aan?
  3. Hoe de samenwerking met de burger aan te gaan zodat er écht sprake is van inbreng en waardering (dus geen cosmetische consultatie maar echt samenwerken).

Ad 1: samenwerking rondom ‘wicked problems’

De grote problemen van onze tijd vragen heel veel partners om ze op te lossen. En niet alleen heel veel partners, heel veel coördinatie op de activiteiten – je weet immers niet hoe het gaat uitpakken en iedere interventie op een onderdeeltje kan weer vervelend uitpakken op een ander deel. Dus wat te doen? Vanuit Portugal kwam het verhaal van grootschalige platforms waar op basis van gedeeld leiderschap eensgezind naar een doel wordt gewerkt. Cruciaal daarbij zijn monitoring van de effecten: juist om bij te kunnen sturen op die ongewenste effecten. De spreker gaf zelf al aan hoe lastig het is om dit echt efficiënt in te richten: voor je het weet is het vooral een ‘sprekers-platform’ en niet een ‘actie-platform’. Ik raakte niet echt overtuigd, mede omdat ik eerder het boek van Hans Vermaak heb gelezen waarin hij juist aantoonde dat kleinschalige, ‘out of the box’ oplossingen de sleutel zijn. Die kleinschaligheid zit hem in gecoördineerde aanpakken zoals de sociale wijkteams (dus op niveau van de werkers), en in bescheiden doelstellingen (kennisdeling is bijvoorbeeld een sleutel, weten wie wat doet is al winst).

Ad 2: samenwerking met de private sector

Ook hier veel uitdagingen. Technologie gaat nu zo snel, dat iedere keuze voor een bepaalde techniek vandaag, morgen al weer achterhaald kan zijn. Dus met wie werk je samen? En voor hoe lang? Daarnaast is de oude ‘one-stop-shopping’ relatie met ICT leveranciers inmiddels achterhaald: er is niemand meer die alles kan leveren. Dus je neemt allerlei diensten af bij allerlei bedrijven en vervolgens moet je het weer aan elkaar zien te knopen – en daar heb je dan ook weer andere leveranciers voor nodig! Het managen van al deze relaties is een kunst op zich geworden en wordt teveel overgelaten aan de staf afdelingen, terwijl er steeds meer inhoudelijke keuzes er in gebakken worden. Inmiddels zie je veel inhoudelijke kennis bij leveranciers maar die blijven voornamelijk in gesprek met techneuten en inkopers, en dat is jammer. Reden waarom er veel leveranciers aanwezig waren – maar ik merkte maar matige belangstelling vanuit de inhoudelijke mensen.

Ad 3: samenwerking met burgers

De meest inspirerende voorbeelden van samenwerking met burgers kwamen wel van de Belgen. Meerdere voorbeelden waarbij burgers op lokaal niveau betrokken zijn bij het stellen van prioriteiten, bij het invullen van beleid en bij het uitwerken van praktische oplossingen. Vooral dat laatste vond ik mooi: serieus nemen van je inwoners betekent dat je ook erkent dat zij eigenaar zijn van bepaalde oplossingen. Dat ze niet alleen de problemen aandragen, maar ook de oplossingen. Zoals een collega opmerkte, dat kost wel veel inzet vanuit de gemeenten om het op te starten en aan de gang te houden maar ik vond de verhouding inzet – resultaten erg bemoedigend. Ja het kost wat aan menskracht om dingen voor elkaar te krijgen – maar dan heb je ook wat :-).

Lessen uit Lissabon – ESN conferentie thema 1 Digitalisering

De European Social Network heeft jaarlijks een conferentie. In de komende blogs blik ik terug op enkele thema’s die aan de orde zijn geweest. Deze eerste blog gaat over digitalisering in het sociaal domein.

Digitalisering is hard op weg ook in het sociaal domein een groot verschil te maken. Bij de start kregen we inzicht in de ‘digitale agenda’ van de EU. Een onderdeel daarvan is het tot stand brengen van de European Digital Market: vrije verkeer van goederen en diensten op het internet in de EU. Daar zit een zeer ambitieuze agenda onder om alle obstakels weg te nemen die dat nu verhinderen. Dan gaat het over zaken als de harmonisatie van regelgeving rondom consumentenrecht (garanties, terugname, waar melden als iets niet klopt, dat soort dingen). Maar ook: bescherming van data, een Europese ‘cloud’ oplossing, aanpassing van merkrecht en copyright. Het gaat echt heel ver en het moet allemaal eind 2016 af zijn. Je kan er meer over lezen op hun site http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/digital-single-market en meedoen in de discussie. Mega belangrijk en in Nederland besteed er echt niemand aandacht aan.

Wat digitalisering betreft ook veel voorbeelden voorbij zien komen van ict-ondersteuning van ‘one stop service’ oplossingen. Je hebt dan één loket waar alles geregeld wordt: van huisvesting tot uitkeringen tot opvoedondersteuning. Veelal met behulp van multi-disciplinaire teams (onze sociale wijkteams zijn echt niet nieuw hoor). Opvallend hoe verkokerd Nederland nog is in dit verband. De samenwerking in de backoffice is hier echt nog onontgonnen terrein, terwijl dat in andere landen gezien wordt als een belangrijke manier om betere en efficiëntere dienstverlening te bereiken.

Een derde thema die bij digitalisering voorbij kwam is de opkomst van allerlei middelen die voor ouderen en kwetsbare groepen beschikbaar komen. Langer thuis leven met meer domotica, skype-achtige verbindingen met hulpverleners, een soort bewegingsmelder die mensen met Parkinson helpt om hun bewegingen te controleren, er komen steeds meer geweldige apparaten op de markt die echt een enorme verbetering van kwaliteit van leven betekenen voor grote groepen mensen. Bij het congres ook aandacht voor de digitale vaardigheden van hulpverleners, zodat zij in staat zijn om deze middelen in te zetten en te ondersteunen. Inderdaad een groep waar we niet vaak genoeg bij stilstaan. Een aantal treffende voorbeelden zijn hier te vinden: http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/ehealth-and-ageing. De opkomst van deze middelen betekenen ook iets voor de samenwerking tussen publieke en private partijen: je gaat een verbinding aan met elkaar die grote impact heeft. Daarover meer in de volgende blog in deze serie, samenwerking in tijden van onzekerheid.