Projectmatig werken, instrument voor vertrouwen of control?

Momenteel volg ik een training projectmatig werken. Fijn om weer op te frissen hoe het ook al weer werkt. Ik was wel de eerste dag gelijk aan het denken gezet omdat de trainer beweerde dat projectmatig werken bijdraagt aan het opbouwen van vertrouwen. Huh? Projectmatig werken kent toch strakke structuren en een behoorlijk intensieve planning en beheersingssysteem? En is gebouwd op risicomanagement? En wordt vooral gebruikt in een complexe omgeving om grip te krijgen op de zaak? Allemaal control termen. Weliswaar kan je opdrachtgever er wat rustiger van worden, maar ik zag nou niet 1-2-3 iets dat lijkt op vertrouwen hier opdoemen.

Maar toch.

Op een ander niveau zou het wel kunnen. Projectmatig werken heeft altijd multi-disciplinaire teams die vaak vanuit verschillende belangen aan het project deelnemen. Dat brengt een groot risico met zich mee rondom samenwerking, of een gebrek daaraan. Dat tackelen zal toch echt eerst met het opbouwen van vertrouwen moeten starten. Daar zijn ook boeken over geschreven, waaronder die over ‘value-based’ projectmanagement.

Maar toch.

In ons boek “Veldgids Vertrouwen” hebben Frans de Jong en ik aangetoond dat organisaties de investeren in meer vertrouwen én meer control, iets heel belangrijks kwijt raken (zie hier) . Projecten met perfecte samenwerking die helemaal in control zijn moet je eigenlijk niet willen. Het project raakt hierdoor namelijk afgesloten van externe invloeden en kritisch feedback verdwijnt achter de horizon. Het is best goed als het tussen mensen knalt in het project-team, dat kan namelijk nieuwe inzichten opleveren. En een beetje chaos is af en toe ook wel verfrissend, toch?

 

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

2 gedachten over “Projectmatig werken, instrument voor vertrouwen of control?”

  1. Interessant, Angela. Ook de principes van value-based projectmanagement.

    Aan de begrippen “projectmatig werken” en “projectmanagement” kun je heel verschillende invullingen geven. Het is de kunst om een invulling te vinden die goed past bij de aard van het project, bij de organisatiecultuur en bij de deelnemers en andere belanghebbenden.

    Je hebt naar mijn mening een bepaalde mate van vertrouwen in elkaar nodig om:
    – open en eerlijk met elkaar te kunnen communiceren
    – open te staan voor andere invalshoeken, meningen, vakkennis en van elkaar te leren
    – meningsverschillen, kritiek, frustraties enz. vrij te kunnen uiten, bespreken en samen naar oplossingen zoeken
    Een bepaalde mate van vertrouwen is nodig om werkelijk samen te kunnen werken. Dit is anders dan ‘blind vertrouwen’.

    Projectmatig werken is vooral een aanpak om een tijdelijke samenwerking te organiseren en coordineren. Idealiter zijn er in het project (net zoals in de organisatie) ‘checks en balances’ ingebouwd waardoor deelnemers zelf controleren dat bijdragen tijdig en met voldoende kwaliteit worden geleverd.

    Omdat projecten van relatief korte duur zijn en een ‘ad-hoc’ organisatie hebben, vermoed ik dat het risico van het Taylor-Weick syndroom bij projectorganisaties relatief klein zal zijn. Tenzij de organisatie als geheel lijdt aan het Taylor-Weick syndroom 😉

  2. Hai Mike, dank voor je reactie. Hoewel projecten tijdelijk van aard zijn, kan dat tijdelijke nogal variëren. Projecten die drie tot vijf jaar duren zijn in mijn organisatie geen uitzondering, en die zie je soms wel de ‘tunnel-visie’ vertonen die bij het Taylor-Weick syndroom horen. Eens dat je de wijze van werken moet kiezen die past bij de aard van het project, daar wordt m.i. te weinig bij stilgestaan. Misschien dat ik aan het eind van de cursus daar nog wat over ga schrijven.

Geef een reactie