Omgaan met vrijheid is zo makkelijk nog niet #decentralisaties #hnw #sociaaldomein

Deze week twee inspirerende lunch afspraken gehad (op dezelfde terras, namelijk van http://www.vischzaak.nl/, een aanrader als je ooit in Den Bosch bent).

De eerste afspraak was met Marije van den Berg, pionier van Stadslab in Leiden en dwarsdenker /friskijker zie http://www.whiteboxing.nl/. We hebben het vooral over governance in het sociaal domein vanaf 2015 gehad. Is de gemeenteraad wel toegerust om haar kaderstellende en controlerende rol op te pakken als het om de decentralisaties gaat? En zo ja, hoe moeten ze daar invulling aan geven dan? De praktijk tot nu toe wijst uit dat raden zich eigenlijk nog helemaal geen raad weten met hun nieuwe rol. Al pratend kwamen we uit op twee richtingen om hiervoor oplossingen te zoeken.

De eerste is gelegen in de structuur van het sociaal domein zelf: hoe zou je het zo kunnen inrichten, dat er governance van onderop ontstaat (dus op de werkvloer) in plaats van bovenaf (de gemeenteraad)? Dat is een essentiële vraag, want een van de redenen om te decentraliseren was om juist meer ruimte te creeëren voor maatwerk op de werkvloer zelf, om professionals te bevrijden van de keurslijf aan regels en protocolfetishisme waar ze nu in zitten. Ze zitten nu vast op de hoogvlakte (zie www.veldgidsvertrouwen.nl), alles is ingeregeld, vastgelegd en in gedetaillleerde procesbeschrijvingen gegoten. Dat gaat op den duur knellen, en dat is wat je nu veel hoort.

Marije wees mij op een rapport van het Wetenschappelijk Bureau van de CU over de coöperatie maatschappij (http://wi.christenunie.nl/cooperatiemaatschappij). Ik citeer: “De coöperatiemaatschappij is het toekomstideaal. Want het goede leven ontstaat in coöperatie: in een samenwerking waarbij ieder zijn talenten inbrengt. Daarbij is er voor alle maatschappelijke partners een rol: voor burgers en gemeenschappen, ondernemers, professionals en organisaties, ambtenaren en overheden. “ Dus hierbij stappen we af van het idee dat de overheid bepaalt en betaalt. Wat ook weer een nieuw perspectief biedt voor de rol van de raad: die kan wel sturen op het ontstaan van dit soort samenwerking. Dat is heel wat anders dan telkens de wethouder ter verantwoording roepen over wachtlijsten of incidenten.

De tweede manier om ‘van binnen uit’ die governance te regelen, is het sturen op het lerend vermogen van het veld. Want laten we wel wezen, de gouden jaren van de zorg zijn voorbij. De enige manier om wel goede zorg te bieden voor minder geld is gelegen in innovatie, en in het toepassen daarvan. En vooral dat laatste, daar heb je op de werkvloer lerend vermogen voor nodig. Marije is daar heel simpel in: als je nou gewoon iedereen die tijd hiervoor krijgt, wekelijks laat opschrijven wat ze geleerd hebben, kan je dat gaan aggregeren en krijg je vanzelf een goed beeld van of er wat geleerd wordt of niet. De monitoring hiervan is dus niet het probleem, wel het ontwikkelen van stuurvermogen hierop.

Later die week had ik een gesprek met Arthur Kruisman, nog zo’n dwardenker / friskijker (“Doen is de beste manier van denken”) http://arthurkruisman.wordpress.com/ . En dat ging eigenlijk wel weer heel veel over lerend vermogen.

Arthur ken ik van de tijd dat ik kennis maakte met Het Nieuwe Werken, op dit moment geeft hij workshops ‘Ruimte @ Work’ waarbij mensen aangespoord worden om de ruimte die er ontstaat als gevolg van het nieuwe werken, daadwerkelijk te pakken. Want het blijkt dat maar weinig mensen weten om te gaan met die vrijheid. Dat geldt niet alleen voor het tijd- en plaats onafhankelijk werken, maar ook met het zelf bepalen HOE je de afgesproken resultaten gaat halen – er ligt daar een wereld wagenwijd open die niet gezien wordt. Dus mensen blijven overal toestemming voor vragen en overtuigd dat iets niet kan – omdat het er niet is, zal het wel niet mogen. Dat soort gedachten. En die zijn natuurlijk funest voor het lerend vermogen die nu net zo belangrijk is.

Met Arthur heb ik ook vreselijk gelachen over zijn ervaringen met het Consultatie Bureau. Als er een bureau Bureaucratisch is, is dat het wel. En toch gaat iedereen er braaf heen. Je hebt er niks aan, gaf hij toe. Toch gaat hij er ook gewoon heen. Omdat het wel zal moeten. En de consultatiebureaus hebben het ‘preventie’ aureool aangemeten gekregen – zij zijn dus onaaantastbaar geworden. Want jeugdzorg moet het hebben van ‘preventie’ en ‘signalering’, en alles wat dat doet is heilig.

Als er nou eens in een wijk een groep mensen zelf die consultatiebureau taak zou gaan organiseren (samen met de GGD), voor de mensen die het echt nodig hebben, in coöperatievorm, en al lerende kijken wat er dan gebeurt – ik ben benieuwd wat daar dan uit zou komen.

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

Geef een reactie