Blijft er nog wat over van het publieke domein in het digitale tijdperk?

Het publieke domein is een groot goed: het is de plek waar mensen elkaar tegenkomen zonder interventies van politiek of commercie. Dat domein kent een ruimtelijk component (zoals het park in de stad) en een intellectueel component (de vrije uitwisseling van ideeën). Dat laatste gebeurt in toenemende mate steeds vaker digitaal, en verdient daarom ook de aandacht in de inrichting van die digitale systemen. In een essay van Frank Huysmans wordt mijn groeiend onbehagen over zowel overheids- als commerciële inmenging rondom informatie-uitwisseling helder verwoord. Het volledig artikel is te lezen op http://warekennis.nl

Dat onbehagen komt van meerdere kanten volgens Huysmans. De overheid blijkt op grote schaal gegevens van burgers te verzamelen – en ze met andere landen uit te wisselen. Dit heeft op den duur een censurerende werking: mensen gaan opletten wat ze mailen of welke opmerkingen ze doen, want stel je voor dat de NSA denkt dat ze een terrorist zijn. Er is dus niet alleen een privacy schending, het perkt daadwerkelijk ook de ruimte in het publieke domein in. Daarnaast verzamelen bedrijven steeds meer gegevens – en verhandelen ze ook, zonder dat burgers inzicht hebben in wat er wordt verzameld en aan wie het wordt verkocht. Je digitale identiteit is niet meer van jou. Hoe je je presenteert in het digitale publieke ruimte (en dat is de basis voor vrije interactie) kan je zelf niet meer in de hand houden. Huysmans noteert ook de exorbitante winsten van uitgevers als Reed Elsevier, die voornamelijk verdienen aan wetenschappelijke publicaties waarin kennis wordt verhandeld dat met publiek geld (de universiteit) tot stand komt. Die kennis wordt daardoor zo duur dat het niet voor iedereen beschikbaar is in het publieke domein, en innovatie en ontwikkeling minder tot stand komt dan mogelijk met alle kennis. Auteursrecht is nog zo’n obstakel voor vrije informatie-uitwisseling. Huysmans erkent dat er een belangentegenstelling zit tussen de makers (die wel ergens van moeten leven) en de vrije informatie-uitwisseling (waarin idealiter de kennis gratis of tegen een geringe vergoeding is te krijgen). Hoe die tegenstelling nu opgelost moet worden blijft bij Huysmans nog onduidelijk, ook modellen als Spotify en Blendle leveren nog te weinig op, zelfs voor de meest populaire artiesten / schrijvers.

Wat hieraan te doen? Allereerst is het nodig dat er meer bewustzijn komt over dit onderwerp. Het schouderophalend ‘ ik heb toch niks te verbergen? ‘ is volgens Huysmans funest. Voor de komende periode schetst Huysmans een praktische agenda van stappen die gezet moeten worden om het digitale publieke domein als publieke plaats in stand te houden. Daarbij hebben informatici in alle soorten en maten een rol (zoals de bibliothecaris, de informatie-analist, iedereen die met informatiestromen bezig is). Ik licht een aantal punten van zijn agenda uit:
– op dit moment woedt er op Europees niveau en in de VS een discussie over netneutraliteit. Netneutraliteit betekent dat alle informatiepakketjes die over het web vliegen zonder aanschijns des persoons worden afgehandeld. Bedrijven met veel dataverkeer of geld zoeken naar manieren om voorrang te krijgen – waardoor kleine partijen benadeeld worden. Zonder netneutraliteit is vrije uitwisseling van informatie onmogelijk.
– privacybescherming moet terug op de agenda, niet alleen in regelgeving maar ook in de handhaving ervan.
– informeer jezelf en verspreid kennis hierover

Dat laatste doe ik bij deze. 🙂

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

2 thoughts on “Blijft er nog wat over van het publieke domein in het digitale tijdperk?”

Geef een reactie