Valt er eigenlijk wel iets te sturen dan? Deel 3 van de serie over Resultaatgericht sturen en de decentralisaties

674-2-lagen-lak-op-het-stuurVrijwel alle gemeenten geven aan dat ze resultaatgericht gaan sturen in het sociaal domein vanaf 2015 als de decentralisaties zover zijn. Maar wat betekent die ‘resultaatgerichtheid’ precies? In deze artikelen wordt dit thema wat meer uitgediept zodat het meer inhoud krijgt. Deze blog gaat in op de schijnbare paradox tussen de sturing op resultaat waarnaar gestreefd wordt, en de on-stuurbaarheid van de maatschappij.

Waar waren we gebleven bij de vorige blogs?

Bij de eerste blog http://angelawerkt.wordpress.com/2013/12/31/wat-betekent-resultaatgericht-werken-bij-de-decentralisaties-1/ werd de huidige situatie in kaart gebracht. http://angelawerkt.wordpress.com/2014/01/02/wat-is-dat-eigenlijk-resultaatgericht-deel-2-van-de-serie-over-resultaatgericht-sturen-en-de-decentralisaties/ gaf invulling aan de gebruikte begrippen met de definitie: “Resultaat is het produkt van een proces. Gericht betekent: ingestelde procescondities, parameters, die het bereiken van een geformuleerd doel bevorderen. Werken is een proces dat actief is en zowel bewust als onbewust voortdurend door mensen autonoom aangestuurd wordt. “

Bij het ontleden van die definitie valt op dat er binnen het sociaal domein nauwelijks wordt gekeken naar het tweede deel: de condities waaronder het resultaat tot stand kan komen. Die condities zijn gelegen in zaken als bewezen methodieken en medewerkers die goed opgeleid zijn en blijven voor het werk dat ze doen. Pas al het resultaat bekend is, en de condities in orde zijn, ontstaat er ruimte voor zelfsturende teams.

Valt er dan wel te sturen eigenlijk?

Om te beginnen is er de vraag hoe maakbaar de samenleving is, en in hoeverre mensen daadwerkelijk te beïnvloeden zijn door de overheid? Het geloof in de maakbare samenleving neemt af. De overheid kan de samenleving helemaal niet sturen. De overheid moet meer faciliteren en mogelijk maken, is het adagium. Meer aansluiten bij wat er is, af en toe wat smeerolie erin en dan weer terugtreden. Aan de andere kant eisen burgers wel dat ze waar voor hun belastinggeld krijgen: je moet dus wel kunnen laten zien wat het allemaal heeft opgeleverd. Opvallend is verder dat op het gebied van toezicht (bankensector, veiligheid, tegengaan van fraude, enzovoorts) de roep om optreden van de overheid heel sterk aanwezig is. Waar past resultaatgericht werken en resultaatsturing dan in dit verhaal als het over het sociaal domein gaat? Drie basisregels gelden:

1. Wees bescheiden

Enige bescheidenheid in de resultaten die gehaald moeten worden is op zijn plaats. Gezien de veelvoud aan factoren waarop de gemeente geen enkel invloed heeft en die wel allemaal invloed hebben op het sociaal domein, getuigt het van realisme als er heel bescheiden naar welk onderdeel van welk resultaat ook wordt gestreefd. De economische crisis heeft bijvoorbeeld op het gebied van inkomen, gezondheid, welzijn, opleiding en zelfredzaamheid een enorm invloed. De gemeente heeft echter geen invloed op de economische crisis. Bescheidenheid doet ook recht aan het feit dat in het sociaal domein de gemeente een van de vele partijen is: naast de gemeente zijn er de betrokkene zelf, zijn/haar naasten, de omgeving, zijn/haar werk of school, enzovoorts. Kortom: resultaten bereik je niet alleen, dus eis ze ook niet op.

2. Wees eerlijk over de eigenaarschap van resultaten

Op microniveau, dus op individueel burger niveau, is het gewenste resultaat het resultaat van en voor de burger. De gemeente kan hier soms een bijdrage aan leveren als het nodig is. Maar de uitkomst van die interventie is niet het resultaat van de gemeente – het resultaat van de gemeente is gelegen in de meerwaarde van een interventie. Als een burger dus een rolstoel nodig heeft om te kunnen participeren in de maatschappij, dan is het resultaat van de gemeente dat ze een stukje mobiliteit heeft gefaciliteerd. Die participatie is weer een heel samenspel tussen de burger en zijn/haar omgeving, waar de gemeente misschien verder helemaal niet bij betrokken is. Participatie doelstellingen geven het idee dat de overheid wel participatie voor haar burgers kan regelen – terwijl participatie het resultaat is van acties van burgers onderling.

 3. Pak een rol met meerwaarde

Toezicht is bij uitstek een publieke taak omdat er bij toezicht tegenovergestelde belangen in het publieke domein worden verenigd. Toezicht sluit ook mooi aan bij het tweede deel van de definitie van resultaatgericht werken: die gerichtheid bestaat uit het zorgen voor condities waarbinnen het resultaat gehaald kan worden. Kennis en kwaliteit dus. Het is misschien niet de meest sexy rol op dit moment maar juist wel een rol waar de overheid meerwaarde kan betekenen: in het vastzetten van minimum eisen voor de inrichting van de processen in het sociaal domein, door kwaliteitseisen te stellen en door te investeren in de kennis die opgebouwd moet worden om te komen tot een methodisch verantwoorde aanpak. Als er ergens op gestuurd kan worden door gemeenten dan is het juist op dit terrein.

 De grote valkuil van resultaatgericht werken en sturen

De grootste valkuil van resultaatgericht werken is precies wat het is: die focus op het gewenste resultaat. Waarom is dat een valkuil? Er kunnen namelijk hele andere dingen gebeuren als gevolg van de ingezette processen – en als iedereen alleen maar gebrand is op het bereiken van dat ene resultaat, dan worden die andere effecten niet gezien.

Hoe ga je hiermee om? Daar gaat de volgende blog over.

 

 

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

Geef een reactie