Wat is dat eigenlijk, resultaatgericht? Deel 2 van de serie over Resultaatgericht sturen en de decentralisaties

Image

Vrijwel alle gemeenten geven aan dat ze resultaatgericht gaan sturen in het sociaal domein vanaf 2015 als de decentralisaties zover zijn. Maar wat betekent die ‘resultaatgerichtheid’ precies? In deze artikelen wordt dit thema wat meer uitgediept zodat het meer inhoud krijgt. Deze blog geeft wat meer duiding aan de begrippen ‘resultaatgericht‘ en ‘resultaatsturing‘.

 Eerst even een definitie erbij halen

Het begrip ‘resultaatgericht’ als werkwijze komt oorspronkelijk uit de HR / PenO hoek, het wordt heel vaak als competentie gevraagd bij personeel. In die context heeft het begrip al een veel langere geschiedenis dan in het sociaal domein. Vanaf de site waar werkelijk alles over resultaatgericht werken te vinden is komt deze mooie definitie:

Resultaat is het produkt van een proces.
Gericht betekent: ingestelde procescondities, parameters, die het bereiken van een geformuleerd doel bevorderen.
Werken is een proces dat actief is en zowel bewust als onbewust voortdurend door mensen autonoom aangestuurd wordt. “1

Hieronder worden deze drie onderdelen bekeken in de context van de decentralisaties.

 1. Resultaat is het product van een proces.

In het sociaal domein wordt er vaak over resultaat gesproken in termen van verbetering van de zelfredzaamheid van kwetsbare burgers. Een begrip als zelfredzaamheid (of zoals het bij sommige gemeenten heet, samenredzaamheid) is echter nog niet zo makkelijk te vertalen. Wat is dan het resultaat van het proces? Voor wie? Voor de burger? Voor zijn/haar mantelzorger? Voor de directe omgeving? Voor de betrokken professional(s)? Voor de wijk waarin hij/zij woont (en misschien wel overlast verzorgt)? In welke termen moet het resultaat dan vooraf gedefinieerd worden? Het resultaat is met andere woorden niet eenduidig, maar kent verschillende niveau’s:

  • micro niveau: een resultaat voor de betreffende inwoner en/of directe betrokkenen (zoals ouders, mantelzorgers)

  • macro niveau: een resultaat voor de directe omgeving van de inwoner (op wijk of buurtniveau, of bij de instelling waar hij/zij verblijft)

  • meso niveau: een resultaat voor de samenleving als geheel (dit is dan op gemeentelijk niveau vanaf 2015).

En voor ieder niveau zal er dus moeten worden nagedacht, hoe het proces een bijdrage hier aan levert.

  1. Gericht betekent “ingestelde procescondities, parameters, die het bereiken van een geformuleerd doel bevorderen.”.

In het sociaal domein betekent dit dat er volgens methodieken wordt gewerkt, waarvan bewezen is dat ze het beoogde resultaat zullen opleveren. Dergelijk methodisch onderzoek en praktijk staat nog in de kinderschoenen – er is bijvoorbeeld geen HBO opleiding tot medewerker sociaal team (de generalist die het in de meeste gemeenten straks allemaal moet gaan doen). En wetenschappelijk onderzoek op dit terrein is nog te schaars om van een methodisch deugdelijk werkwijze te spreken. Binnen sociale diensten wordt de laatste jaren een begin gemaakt met de ontwikkeling van vakmanschap: van echte professionalisering dus. Bij gemeenten zelf is hier ook nog het nodige werk te doen: beleid wordt steeds vaker geformuleerd met bijbehorende doelen, maar aandacht voor de randvoorwaarden en condities om die te bereiken komt maar zelden voor. Wil er echt werk gemaakt worden van die resultaatgerichtheid is hier in 2014 nog wel wat werk te verzetten.

Bij het inkopen van voorzieningen kunnen deze parameters en procescondities meegenomen worden als onderdeel van de kwaliteitseisen: wordt er volgens een bewezen methodiek gewerkt, is er een vorm van kwaliteitsbewaking, wordt er bijgehouden wat welke inzet oplevert voor wie? In veel onderdelen van de hulpverlening zijn dergelijke systemen in werking (met de nodige administratieve lasten, dat hoort er helaas wel bij).

  1. Werken is een proces dat actief is en zowel bewust als onbewust voortdurend door mensen autonoom aangestuurd wordt.

Resultaatgericht werken betekent dat er ruimte is voor zelfsturing: mensen kunnen dus vanuit hun professionaliteit, met de aanwezige condities (zie punt 2) en met een doel voor ogen (zie punt 1) aan de gang. Met resultaatgericht werken blijft het proces ook aan de gang: “Een doorlopend, repeterend en zelfregulerend proces is een proces dat, eenmaal ingeschakeld, zichzelf – onder wisselende omstandigheden met passende variaties- voortdurend herhaalt. Kortom, dat “leeft”. Een resultaat is pas positief als het naast een te leveren produkt, ook de noodzakelijke energie en gunstige condities levert voor de instandhouding van het proces. Kortom: Een zelfsturend (autonoom) resultaatgericht werkend proces kan overleven, groeien en bloeien.2

Binnen het sociaal domein (waar er veel roep is om ‘meer ruimte voor de professional’) lijkt deze vorm van werken zeer geschikt. Het biedt de ruimte voor maatwerk binnen een kwalitatief hoogwaardig systeem. Kanttekening daarbij is wel dat er nog veel werk te doen is op alle drie deze punten, in het helder krijgen van:

  1. welke resultaten er nu precies verwacht worden van wie en voor wie

  2. wat de juiste condities zijn om die te behalen en

  1. organisaties die in staat zijn om met zelfsturing om te gaan

Het is dus maar zeer de vraag of er dus al vanaf 1-1-2015 op resultaatgericht werken kan worden ingezet. Er ontvouwt zich hier wel een agenda om tot die resultaatgericht werken te kunnen komen!

En wat is dan resultaatsturing?

Belangrijk voor een resultaatgericht werkproces is dat de resultaten (de afgelegde weg en de voortgang) regelmatig worden teruggekoppeld naar de aanstuurders / eindverantwoordelijken. Bijsturing kan nodig zijn als blijkt dat resultaten anders zijn dan verwacht (dit kan zowel in positieve als negatieve zin het geval zijn). Resultaatsturing betekent dat er vooral op het niveau van de resultaten wordt gestuurd, en op het realiseren van de voorwaarden om die te bereiken. In het sociaal domein betekent dit dat naast het formuleren van resultaten, er ook aandacht nodig is voor het formuleren van kwaliteitscriteria en voor professioneel en competente personeel met voldoende mandaat om de verlangde resultaat daadwerkelijk te kunnen behalen.

Maar is dit echt de oplossing?

Past resultaatgericht werken wel bij het sociaal domein? Om te beginnen is er de vraag hoe maakbaar de samenleving is, en in hoeverre mensen daadwerkelijk te beïnvloeden zijn door de overheid? Het geloof in de maakbare samenleving neemt af. De overheid kan de samenleving helemaal niet sturen en individuele burgers evenmin. De overheid moet meer faciliteren en mogelijk maken, is het adagium. Meer aansluiten bij wat er is, af en toe wat smeerolie erin en dan weer terugtreden. Aan de andere kant eisen burgers wel dat ze waar voor hun belastinggeld krijgen: je moet dus wel kunnen laten zien wat het allemaal heeft opgeleverd. Waar past resultaatgericht werken en resultaatsturing dan in dit verhaal als het over het sociaal domein gaat? Daar gaat de volgende blog over.

2Eveneens van de site www.van-osch.com/lipoweb

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

3 thoughts on “Wat is dat eigenlijk, resultaatgericht? Deel 2 van de serie over Resultaatgericht sturen en de decentralisaties”

  1. Een interessante post Angela. Je roert vind ik wel twee zaken aan die erg op de tocht staan. De methodiekontwikkeling. Mij valt vooral op dat het overal over gaat maar niet hierover. Het gaat over toegang (eufemisme voor rechtmatigheid?), het gaat over aansturing maar niet over de vraag wat is nu eigenlijk een keukentafelgesprek en hoe voer je dat.

    De zelfsturende ruimte voor de professional. Als deze voor de gemeente werkt wordt hij of zij tegenwoordig fluks omgedoopt tot ondernemende ambtenaar zonder dat ook maar een klein beetje duidelijk is wat er dan kan en mag.

    Ik ben erg benieuwd naar het vervolg.

Geef een reactie