Zijn we wel goed bezig met de WMO?

 

In de laatste nummer van Bestuurskunde stonden weer een aantal interessante bijdragen. Een ervan gaat in op de kanteling van de WMO ‘transformatie van de verzorgingsstaat in de stad?’ vraagt Jeroen Hoenderkamp zich af.

Hoenderkamp schetst kort de geschiedenis van de WMO (de Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en gaat daarna in op de implicaties van de huidige trend, namelijk de ‘kanteling’. Bij de kanteling is het streven op minder op (zorg)voorzieningen te focussen en meer op (participatie)resultaten. Er wordt niet meer gewerkt met indicaties die leiden tot recht op een voorziening, maar met ondersteuningsarrangementen op basis van gesprekken aan de keukentafel. De overheid vult daarbij aan wat een burger, diens omgeving en de ‘zorgzame maatschappij’ zelf onderling kunnen regelen. Klinkt prachtig, nietwaar?

 

Hoenderkamp geeft echter aan dat er met deze kanteling er aan twee belangrijke voorwaarden voor een goed functionerend overheid wordt gemorreld: namelijk transparantie en rechtsgelijkheid. Transparantie is in de nieuwe systematiek niet voorhanden omdat de besluiten gebaseerd zijn op gesprekken waarbij er op individuele basis tot een subjectief besluit wordt gekomen. Hiermee wordt het besluit ‘in de spreekkamer’ genomen of ‘aan de keukentafel’ waarbij toetsing van derden en verantwoording over het besluitvormingsproes moeilijk te maken zijn. Voorts is met de nieuwe systematiek geen sprake van rechtsgelijkheid, een belangrijke pijler onder overheidshandelen. Medewerkers zelf spreken over willekeur, als iemand toevallig een aardige buurvrouw heeft of bereid is om een voorziening zelf te betalen wordt het niet door de overheid verstrekt. Hoewel dit volkomen logisch klinkt is het geen overheidslogica, waarin gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden.

Hoenderkamp laat het bij het signaleren van deze dilemma’s. Hij maakt zich terecht zorgen over het feit dat de gedachte achter de kanteling bij de WMO nu wordt doorvertaald naar allerlei andere beleidsvelden, zonder dat er een oplossing is gekomen voor het ontbreken van die transparantie en rechtsgelijkheid. Die oplossingen zijn wel te vinden, maar ze zijn momenteel niet zo modieus en worden daarom misschien wel verzwegen. Maar ze zijn echt voorhanden, als we goed kijken naar wat er bij de gezondheidszorg gebeurt.

Die subjectieve beslissingen in de spreekkamer worden op veel plekken genomen: de gezondheidszorg zit er vol van, er wordt ook vaak een vergelijking getrokken met de spreekkamer van de huisarts en de WMO-consulent. De subjectiviteit van de huisarts vinden we echter prima, en dat heeft met drie factoren te maken die nu ontbreken in de huidige WMO kanteling.

  1. De inzet van echte professionals.

    Echte professionals hebben minimaal een HBO-opleiding gevolgd door specialisatie en voortdurende bijscholing. Ze worden een behoorlijke periode begeleid op de werkvloer voordat ze zelfstandig aan de slag gaan. Echte professionals hebben vakverenigingen waar je alleen lid van kan worden met de juiste papieren en die je ook bij moet houden. Echte professionals werken op basis van degelijk wetenschappelijk onderzoek: evidence-based is de norm.

  2. Het werken met standaarden en protocollen

    In de gezondheidszorg is de norm het werken protocollen die wel handelingsvrijheid bij die professional laten, maar hij/zij weet wel precies wat er gedaan moet worden als dit of dat gebeurt. En als je van het protocol afwijkt, moet je daar een reden voor hebben. Dus als je binnenkomt met een zware hoest is het protocol om dan naar de longen te gaan luisteren. Maar ook, welke tests er eventueel daarna worden afgenomen. En of het urgent is of niet. Is allemaal getest, gedocumenteerd en in de opleiding zodanig routine geworden dat het bijna vanzelfsprekend gebeurt.

  3. Systemen voor kwaliteitszorg

    Een derde aspect die we missen die wel in de gezondheidszorg aanwezig is en niet bij de WMO, is een vorm van toetsing en kwaliteitszorg. Visitaties, collegiale toetsing, inspecties, tuchtcolleges: er wordt behoorlijk opgelet dat het wel allemaal aan bepaalde normen voldoet. Die normen zijn hard nodig: het gaat namelijk over mensenlevens.

Bij de WMO is op geen van deze drie aspecten enige ontwikkeling te zien. WMO-medewerkers zijn vaak MBO opgeleid, met enig geluk hebben ze een HBO-opleiding. Verplichte bijscholing zit er niet bij en van protocollen gaan ze gruwen. Er is geen vakvereniging en er worden geen landelijke eisen gesteld aan de mensen die het werk doen of de werkwijze die gevolgd moet worden. Toetsing van het werk is niet apart geregeld en over kwaliteit wordt niet gesproken.

Vind je het gek dat er enig argwaan is?

Het artikel in Bestuurskunde  kan je hier lezen: bk_wmo

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

4 thoughts on “Zijn we wel goed bezig met de WMO?”

  1. Het gaat ook erg mis, en dat is nu al te merken. Ik ben zowel gemeenteraadslid als rolstoelgebruiker. De raad moet kaders stellen, maar hoe dan? Tot mijn stomme verbazing word ik als wmo-gebruiker geconfronteerd met ‘regels’ die aan de raad worden toegeschreven, waar ik niets vanaf weet en die (zo leert wat uitzoekwerk) de wmo-consulenten zelf hebben bedacht om wat houvast te hebben. De cliënten hebben het nakijken: zijn ze eindelijk af van het rigidie verstrekkingenboek, en zijn nu overgeleverd aan wmo-consulenten die zonder kaders en dus ook zonder echt controle-instrument druk bezig zijn. Overigens met alle respect voor de consulenten die moeten roeien zonder riemen en praktisch ook nog zonder kompas.
    Voor cliënten is het niet te achterhalen op welke gronden ze zouden kunnen klagen. Het ideaal van de Wmo is prachtig, maar mijn twijfels aan de uitvoerbaarheid neemt steeds verder af. De zogenaamde ‘kanteling’ is waarschijnlijk aan een (keuken-) tafel in een ministerie bedacht. Wat daarbij erg veel ‘zeer’ doet: de cliënt wordt uitgelegd dat het er bij de kanteling om gaat om te zorgen dat zijn vraag achter de vraag etc. wordt beantwoord, maar de cliënt voelt dondersgoed de bezuinigingsdoelstelling die onder een theedoek midden op die keukentafel ligt…

  2. Als je een systeem dat gericht is op de individuele hulpvrager gaat beoordelen aan de hand van de criteria van een voorzieningensysteem, dan moet je niet raar staan te kijken dat het systeem geen voldoende haalt. Het is juist aantrekkelijk en uitdagend om de individuele hulpvrager in de eigen context en met de eigen netwerken centraal te stellen. Die zijn per individu anders. Dus het arrangement van ondersteuning ook! En we willen graag af van het keurslijf van protocollen. Een beetje meer ruimte voor gezond verstand. Laten we het gaan proberen!
    Michiel Verbeek, directeur van Biblionet ID
    Biblionet ID is maker van het ‘gekantelde’ digitale Wmo-loket Jalp: http://www.jalp.nl

Geef een reactie