De gemiste kansen van de WWNV

Als projectleider voor de implementatie van de nieuwe Wet Werken naar Vermogen vind ik er natuurlijk ook wat van. De basisgedachte is prima: het samenvoegen van een aantal stelsels en het meer lonend maken om aan het werk te gaan. Ook de basisgedachte van loondispensatie juich ik toe: er is nu eenmaal een groep mensen die niet de productiviteit heeft die bij het wettelijk minimum loon hoort, en dan is het logisch als een werkgever daar minder voor betaalt. Toch zitten er een aantal elementen in de nieuwe wet waar ik minder gelukkig mee ben.

Vanuit de uitvoering bekeken zijn alle verplichtingen die rondom de loondispensatie zijn opgenomen echt een draak. Werkgevers willen ontzorgd worden, maar dat wordt op deze manier wel erg moeilijk gemaakt. Moeilijk is het ook voor de persoon om wie het gaat: probeer maar eens de nieuwe bepalingen in de wet uit te leggen aan iemand met een IQ van 80….. En dat is wel een behoorlijke groep binnen de doelgroep van de WWNV.

Vanuit de gedachte dat opgebouwde rechten moeten blijven bestaan worden de oude Wajong en de oude WSW geheel intact gelaten. Dat heeft een hoop vervelende consequenties: voor de uitvoering (die alle oude regelingen ook moeten uitvoeren), voor de SW-bedrijven (die wel gekort worden, zonder dat er ruimte is om op dit punt iets te doen), maar ook voor de mensen om wie het gaat. Je krijgt hier op twee punten last van: allereerst in het plaatsen van de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ doelgroep op de arbeidsmarkt: de voorwaarden waaronder de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ groep aan de slag gaat zijn wezenlijk verschillend. Voor werkgevers is dit een onbegrijpelijk verhaal: twee mensen met gelijke mogelijkheden worden volkomen verschillend beoordeeld en beloond. Voor de mensen om wie het gaat is dit evenzeer zuur: er treedt een mate van rechtsongelijkheid op die zijn weerga niet kent. Een herkeuring met nette afbouw-regeling was hier beter (en eerlijker) geweest.

Een ander punt waar ik moeite mee heb, is wat er wel en niet geregeld is. De wet zit vol bepalingen over hoe gemeenten van alles moeten regelen (hetgeen de nodige bureaucratie met zich meebrengt), maar daar waar het zou lonen om iets landelijk te regelen, is dat niet gebeurd. Naar mijn idee missen we landelijk coördinatie op een viertal punten.
1. Er is veel kritiek op wat gemeenten hebben bereikt rondom re-integratie de afgelopen jaren, maar er is geen wetenschappelijk onderzoeksprogramma opgezet om te kijken wat er dan wel werkt.
2. Met de wetswijziging en de cultuuromslag die het met zich meebrengt is er een anderssoortige opleiding nodig voor mensen die in de sector komen werken: dat zou toch mooi op landelijk niveau ontwikkeld kunnen worden, maar er is nu niemand met dit onderwerp bezig.
3. Op het gebied van ICT is er geen standaard ontwikkeld die de samenwerking met het UWV en tussen gemeenten op het gebied van werkgeversbenadering faciliteert.
4. Een andere gemiste kans en een die ook niet door de vakverenigingen wordt opgepakt is risico management. Met de WWNV en de andere decentralisaties gaan gemeenten een groot financieel en maatschappelijk risico lopen. Risicobeheersing komt dus met stip bovenaan de control agenda te staan. Helaas is er voor de WWNV nog steeds geen enkele tool beschikbaar die gemeenten helpt om vooruit te kijken. Er is niemand die een inschatting kan maken van hoeveel mensen je de komende tijd moet helpen, een soort ‘rolling forecast’ zodat je op tijd kunt inspelen op stijging en daling van de vraag. Ook dit is een onderwerp waar een landelijke benadering zou lonen: we hebben het namelijk allemaal nodig.

Gemiste kansen dus. Nu maar hopen dat de Tweede Kamer een aantal van die kansen pakt als de wet behandeld wordt.

Gepubliceerd door

Angela

Angelawerkt .... is Angela Riddering. Werkzaam bij de overheid en laat die beter werken.

2 thoughts on “De gemiste kansen van de WWNV”

  1. Dag Angela, Ik wil graag reageren op je vier punten over landelijke coordinatie.
    SZW zegt al jaren dat verantwoordelijkheden zijn gedecentraliseerd en dat zij systeemverantwoordelijk zijn. Uit eigen ervaring weet ik dat het erg lastig is ze op hun systeemverantwoordelijkhedi aan te spreken. Maar ze hebben ook wel gelijk. Sommige zaken liggen op gemeentelijk bord en we moeten dus niet zeuren.
    1. Op dit punt is nu juist vooruitgang geboekt. SZW kijkt opnieuw naar de effectiviteit van re-integratie en bekostigt het programma vakmanschap van Divosa. Jammer is wel dat dit ad hoc bekostiging is. Structureel is er niets maar aandacht wel en dat is vooruitgang.
    2. Bijna niemand is met het onderwerp bezig. Maar is dit een rol van SZW? Darr moeten werkgevers zich om bekommeren. In andere sectoren is het doodgewoon (kijk eens naar de zorg) dat werkgevers invloed uitoefenen op het curriculum van scholen. Op ons terrein ligt de nadruk nog steeds waar hij niet zou moeten liggen (sociaal juridische dienstverlening, de sector zelf noemt het al jaren niet meer zo) of potentieel interessante opleidingen weten ons niet te vinden. Studenten aan HBO opleidigen HRM vinden gemeentelijke sociale diensten geen interessante werkgever. Terwijl wij omgekeerd wel in hen geinteresseerd ouden moeten zijn. Het geen overigens ook niet het geval is.
    Hadden wij in onze sector een sterke beroepsvereniniging dan zou deze club zich met de kwaliteit van de opleiding kunnen bemoeien. Divosa wil dit graag op poten zetten maar het lijkt me de vraag of diit lukt.
    3. Elke poging om een standaard op te zetten tussen gemeenten en UWV loopt uit op een loopgravenoorlog. Er staat nu een verplichting in de SUWI wet. Moet het rijk meer doen?
    4. Het is me niet helemaal duidelijk wat je bedoelt. Risico beheersing in verband met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt? Wat valt daar aan te beheersen. Be prepared lijkt me hier het devies. Maar dat ben je al als je de krant goed leest en van tijd tot tijd de trends in de arbeidsmarktinforamtie goed doorneemt. Wat contacten in de makrt doen de rest.
    wel zie ik een gat in risico calculatie. Hoe weet je of een re-integratieinstrument of aanbieder waar geeft voor zijn geld. Nu de middelen zo drastisch zijn afgenomen, komt aan het licht dat we daar weinig van kunnen.

    1. Klaas,
      dank voor je uitgebreide reactie. Die vraagt natuurlijk ook weer om een reactie, dus daar gaan we….
      ad 1: ik mis in de discussie over vakmanschap een link met de andere decentralisaties en de steeds grotere roep om de ‘multi-functional professional’, maar inderdaad, er is aandacht en dat is al meer dan er was.
      ad 2: Inderdaad, de vraag is of dit de taak is van SZW. Maar iemand moet het doen! Laten we dit binnen Divosa ook eens aan de orde stellen.
      ad 3: ik wil juist uit die loopgravenoorlog komen en dat we aandacht gaan besteden om waar het over zou moeten gaan: soepele informatiestromen, die zijn gebaat bij standaardisatie. En we hebben de afgelopen jaren gezien, dat die standaardisatie niet vanzelf tot stand komt.
      ad 4: een gefundeerde prognose van de te verwachten instroom en een gefundeerde prognose van de te verwachten uitstroom is nog nergens dat ik weet in werking. We gokken een beetje met een schuin oog naar de arbeidsmarkt en goede hoop op de effecten van re-integratie instrumenten. Ik denk dat we, gezien de risico’s die alleen groter worden, toch iets meer nodig hebben om op tijd bij te kunnen sturen. En dat zit zowel aan de instroom kant (waar het UWV ook een rol in zou kunnen spelen) als aan de uitstroom kant (waar een betere analyse van re-integratie instrumenten, liefst wetenschappelijk onderbouwd, nodig is).

      Ik ben ook met de andere decentralisaties bezig en merk dat dezelfde issues daar ook spelen: nieuwe vormen van professionaliteit zijn nodig en daar zijn nog geen opleidingen voor, het stroomlijnen van informatie is in de hele sociale sector een hoofdpijndossier, en betere beheersing van risico’s zal met de uitbreiding van de WMO ook aan de orde komen.
      .

Geef een reactie